dinsdag 28 september 2021

 


6 september Naar Zuid-Limburg

Eindelijk heb ik het toch voor elkaar: vijf dagen fietsen door het heuvelland. Ik heb een B&B gevonden waar ik vier nachten kan slapen, met ontbijt. En dat kan vlakbij Epen, waar ik vroeger steeds heen ging. Maar die B&B is ermee gestopt. 

Volgende punt is: hoe kom ik daar. Fiets mee in de trein ? Dan moet er gereserveerd worden en ik weet niet of dat lukt, als ik de overnachting boek. Het blijft een gok. Maar uiteindelijk komt het allemaal goed. Gereserveerd heen op maandag en terug op vrijdag, want in de trein krijg ik de bevestiging van de reservering voor vrijdag.

6 september. Naar Sittard
Na een gezellige reis met in de stoptrein een bekende, zodat de reis vlot gaat, overstappen in Utrecht. Dat gaat zoals altijd. Er is tijd genoeg om van het ene eind van het station naar het andere te komen. Bovendien heb ik geluk. De trein die aankomt, wordt losgekoppeld en het achterste deel is dan leeg en gaat naar Maastricht. Zo stap ik in een lege trein. Er komt nog een fietser in. Maar er is ruimte genoeg.
Het volgende station gaat die er weer uit. Pas in Eindhoven komt er weer iemand bij. Een eerstejaars studente met een fiets van de kringloop om in Maastricht een fiets te hebben. Ze noemt het een oud barrel. Maar het ding ziet er mooi matzwart uit en heeft een leren genaaide kettingkast. Volgens mij een bijzonder exemplaar. Ze is heel verbaast dat ik meer dan 30 km ga fietsen en met allemaal tassen. Ik vertel van enkele tochten die ik heb gemaakt. Ze heeft nog nooit  met iemand gepraat die fietsvakanties doet. Ze is er heel verbaast over en vindt het interessant. Bij Sittard nemen we afscheid en ik stap uit.

Na de lift neer en op kan ik niet door het poortje. Een meneer naast me gaat door het poortje en wacht vlak voor het poortje ernaast op zijn vrouw, die achter hem aan komt. En ik ga nu net door het poortje ernaast. Dus vraag ik of ik er langs mag. O, pardon. Vervolgens koop ik bij de AH koffie en een croissant. Zo heb ik te drinken bij mijn meegebrachte boterhammen. Er zijn daar geen banken op het plein bij het station, dus is een muurtje de zitplaats voor heel wat reizigers. Als mijn eten naar binnen is gewerkt stap ik op de fiets naar de AH even verderop. Daar haal ik eten voor vanavond. Ik heb met mezelf afgesproken, dat ik de eerste dag zelf koud eten koop en dan de volgende dag uit eten ga enzovoort, om en om.
En dan begint de tocht naar Mechelen. Als ik geluk heb, kan ik in Klein Haasdal bij het dorpshuis lekkere taart met koffie kopen. Maar het is maandag en het is gesloten. Dan maar doorrijden. Ik kom in Valkenburg. Hier is alles wel open. En er lopen heel veel mensen. De meeste terrassen zijn geopend. Enkele dichtbij de Geul zijn niet open. 
Zoals een vorige keer stap ik af bij Brownie en Downie. Hier verkopen ze veel soorten brownies, die me veel te zoet lijken en ook zelfgemaakte appeltaart. Het personeel is gedeeltelijk met een verstandelijke beperking. Ik vind dat een belangrijke reden om hier af te meren. Wat ik krijg voorgeschoteld is heerlijk en van prima kwaliteit. En de bediening is zo mooi gedaan.
Na deze rustpauze ga ik weer verder. Dat betekent de stad uit langs de Geul. De weg wordt een zandpad en die is hier en daar behoorlijk beschadigd door de overstroming. Ook zijn er bomen verdwenen. Bij de witte brug naar Kasteel Schaloen staan hekken. Je mag wel over de brug, maar niet rechtdoor wandelen. De rivier heeft de grond onder de bomen en het pad weggespoeld, zodat de hele zaak, pad en bomen kan instorten. 
Maar ook de zandweg naar het kasteel is ernstig vernield. Aan beide kanten is een smalle strook waar je kunt fietsen. Het midden is een puinzooi. Gelukkig is het verderop weer verhard en fietst het naar de weg toe. Hier oversteken en dan het leempad verder naar het Gerendal. Zo volg ik de knooppunten en kom door Wijlre en Gulpen. Dan niet richting Partij, maar achterlangs de LF6. Zo kom je bij de zijweg naar de Gulperberg. Even op en neer en daar is een bankje. Ik eet een banaan en drink mijn koffie. 
Nog een klein eindje naar Mechelen waar mijn overnachtingsadres is. Het is de eerste keer dat ik daar heen ga. Best wel spannend.  Omdat ik in deze buurt bekend ben, weet ik waar ik moet zijn. 

Ik bel aan, twee keer maar er gebeurt niets. Dan komt er een man tevoorschijn bij de achterkant van het huis. Daar kan ik er in. Ik word hartelijk ontvangen. En er zitten nog twee mensen, die ook net zijn gearriveerd. Het wordt een leuke ontmoeting met twee mensen, die familie van mij als buren hebben gehad. Ook het echtpaar van de B&B zijn heel hartelijk. Uitgelegd wordt hoe alles gaat. De kamer is prima, de tijd voor het ontbijt kan ik zelf bepalen. Het staat klaar op het moment dat ik het heb afgesproken.
Als ik mijn tassen heb uitgepakt, ga ik weer weg om een plekje te zoeken om mijn gekochte etenswaren op te eten. Ik rijd de Bommerigerweg uit, dan rechtsaf naar Epen. Ik kijk even bij het voormalige wandelhotel, mijn vroegere overnachtingsplek en dan door het dorp richting Mechelen. Hier moet ergens een picknicktafel zijn. Het is iets verder dan ik dacht.
Lekker in de zon op de rug eet ik mijn maaltijd. Ondertussen is er een man bezig met het opblazen van een skippybal. Die brengt hij naar de paarden in de wei achter me. Zou hij echt denken, dat de dieren met die bal gaan spelen? Het ene paard ruikt er even aan. De andere let er niet op. Beiden gaan door met grazen. De man blijft er een hele tijd. Maar de paarden storen zich niet aan de gele bal. De man gaat weer weg en laat de bal in de wei. Ik heb mijn eten op en ga terug naar de B&B, en vermaak me op mijn kamer met puzzelen, krant lezen en bekijken wat ik morgen ga doen.

7 september
Na een eerste nacht in een vreemde omgeving is de nachtrust wat kort. Ik ben laat in slaap gevallen en vroeg weer wakker. Om half negen heb ik ontbijt besteld. Op die tijd ben ik aangekleed en ga naar beneden, naar de gastenkamer. Daar staat voor mij de tafel gedekt en voorzien van brood, ei ,zoet broodbeleg, kaas en vlees, en een bakje kwark. En de bestelde koffie en thee. Het is gewoon perfect. Bovendien kan ik heet water in mijn thermosfles krijgen. Tegen negen uur komen de andere gasten ook eten. Als ik klaar ben, ga ik naar boven om me klaar te maken voor de eerste fietsdag.

Dat wordt een rit van 63 km. Tenminste dat staat in mijn Garmin. De tocht gaat dichtbij door Mechelen. Ik kan er zo heen fietsen. Want de echte start is in 's Gravenvoeren.
Eerst volg ik de LF6 tot in Holset. Daar is al een pittig klimmetje. Bij een restaurant staat een groepje mensen en een dame verderop staat dwars over de weg. Ik zeg er wat van : sorry en ze gaat aan de kant. Toch raar om in een afdaling midden op de weg te wachten op de anderen.

Kronkelend  fiets ik  verder naar Wolfshaag. Hier ga ik linksaf  richting de Vaalserberg en het Drielandenpunt. Dat is elke keer weer een forse klim van enkele kilometers naar de top.
Gelukkig is er dan een bankje met een mooi uitzicht. Tevoren zijn er enkele uitspanningen om te eten en te drinken. Met een groep fietsers is het handiger en veiliger om bij Wolfshaag  rechtsaf te gaan, meteen naar Gemmenich. 
Het bankje is bezet. Ik stop er toch en maak een paar foto's. Ondertussen pakken de zittenden in hun spullen in de rugzak en vertrekken. Nu is het mijn beurt. Iets eten en drinken en dan komt het volgende stel, dat er graag wil zitten. Ik ben al bezig op te stappen. Ze maken een praatje met me over de fiets en wat ik aan het doen ben. 
Dan zeil ik de berg af met een aantal haarspeldbochten. Er is behoorlijk wat verkeer, Vooral fietsers met e-bikes en enkele wielrenners. Een wielrenner verbeeldt zich een racer te zijn en rijdt ondanks alle verkeer midden op de weg. Na de haarspeldbochten komt een rechte afdaling met een geschaafd stuk asfalt. Hup omlaag en voordat ik het zie al weer knal omhoog, zonder een waarschuwing. wel gevaarlijk. 
In Gemmenich volg ik de Rue des Ecoles en dan opeens linksaf een fietspad op. Het heet Ligne 39. Als ik bij Wolfshaag rechtdoor ga, kan ik rechtsaf vanaf het begin dit pad volgen. Dat is voor de volgende keer.
Vanaf hier volg ik het fietspad over een oude spoorbaan. Aan het eind rechtsaf naar Plombières. Gewoon de bordjes volgen en je komt verder op weer op de spoorbaan. Nu met de aanduiding Linge 38. Als je die blijft volgen, kom je uiteindelijk in Luik. Dat ga ik nu niet doen.  



In Aubel, waar even van de route afgaan en een terrasje bezoeken ook leuk is, verlaat ik Ligne 38 en volg mijn route naar de Abdij Val Dieu. Deze weg buiten het stadje ziet er anders uit dan voorgaande jaren. De weg is breder en er is geen fiets/wandelpad meer. Die was voor fietsers niet geschikt. Zo kom ik bij de abdij. Hier is altijd volk en je kunt er eten en drinken of iets kopen in de winkel. En natuurlijk de kerk bezoeken. Deze keer doe ik geen van alle.
Na de brug rechtsaf is een geschikte plek voor de lunch.

Daarna verder langs de Berwinne.
Een eind verder scherp naar rechts richting Neufchâteau. Dit gaat even omhoog, maar ook altijd weer omlaag. Door Warange met  zijn rode baksteen huizen. Over het spoor  en ik kom in 's Gravenvoeren. Hier ga ik om het kasteel heen met een lastige klim. Voor de volgende keer gaat die eruit. Het is een onnodige omweg, terwijl langs de hoofdstraat je er ook komt. Ik om  de buurtschap Vitschen.  De knooppuntenroute gaat naar rechts, maar ik heb bedacht links te gaan. Daar staat een hek en een bord met de melding, dat het dood loopt. Een wandelaar vertelt dat fietsers en wandelaars er wel langs kunnen. Het gaat langs het landgoed Altembrouck. Een groot wit gebouw in een idyllisch landschap.
Een eind verder is inderdaad een versperring, die zo is aangelegd, dat fietsers er wel langs mogen. Dat staat ook vermeld. Eerst vraag ik me af waarom dat is. Maar veel verder en steeds licht klimmend blijkt het talud met de begroeiing ingestort te zijn. Auto's en zwaarder verkeer dan een fietser en een wandelaar kunnen hier niet langs. Vanaf de Nederlandse kant staan er geen borden, maar wel hekken, waar je maar net omheen kunt. Aan het eind naar rechts en dan tot de weg  naar Mheer -Noorbeek. Bij camping de Grensheuvel steek ik over. Mijn route geeft aan hier rechtdoor te gaan. Er is geen echte weg of fietspad. Een enigszins grassig zandpad.  Ik ga er toch in, voor het avontuur. Het pad wordt een gewoon stevige kleiweg. Af een toe een opgedroogde plas. Het lijkt blubber, maar het is wel hard. Er komt een wandelaar aan met een hond. Ik vraag of dit pad zo doorgaat met die opgedroogde plassen. Het antwoord ik bevestigd. Het pad gaat door en dit is de laatste plas. Die is helaas niet zoals de vorige. Deze is nat en ik zak in de modder. Met redelijk vieze schoenen ga ik verder. Ik kruis een asfaltweg en ga verder over het karrenspoor.  Dit deel ga ik dus de volgende keer anders doen. Het is geen weg om met een groep mensen langs te gaan. Waar ik de asfaltweg kruis dus naar links en dan kp81 en kp 83.Eindelijk kom ik weer op een verharde weg en bij een kapelletje drink ik mijn koffie met een stuk koek. Verderop langs Terlinden naar knooppunt 83. Dan over het fietspad langs de hopvelden naar Euverum. Hier houd ik me niet aan mijn gps-route. Ik ga rechtsaf en volg de knooppunten naar 85. Hier ga ik rechtdoor, Tramweg en kom op het plein met de waterstroom in Gulpen. In de stroom spoel ik mijn schoenen wat schoon. Bovenaan langs de weg naar het busstation. Rechtsaf en in de bocht naar links met een flinke klim naar Mechelen. Na twee klimmetjes naar beneden. Dan kruis ik de afdaling van de Gulperberg en houd rechts aan. Er komen nog enkele korte klimmetjes met evenveel afdalingen. Aan het eind van de verharding verder over het onverharde en ik kom weer in Mechelen. Naar mijn overnachtingsplek. Hier zet ik mijn fietstassen op de kamer en dan nog wat rondrijden, zodat ik niet te vroeg bij het restaurant Buitenlust aankom. Hier heb ik een tafel gereserveerd voor het avondeten. 
Als ik daar eenmaal zit, merk ik dat ik wel erg moe ben geworden. Zo'n eerste dag met veel klimmen hakt er wel in. Maar ik geniet van het mooie weer deze dag en het prachtige uitzicht vanaf mijn stoel op het terras. Ik heb hier uitzicht op het omliggende land.

Maar ook op de aankomende gasten. Ze krijgen steeds de vraag of ze geresveerd hebben. Wie dat niet heeft gedaan, kan rechtsomkeert gaan. Gelukkig heb ik dat wel gedaan en mag komen eten. En natuurlijk van het drie gangen diner. Ik begin met een flesje Leffe 0/0/ . En dan de soep. Heerlijke vers gemaakte tomatensoep. De volgende morgen reageert mijn darmstelsel met afkeuring. Dan iets met kip met friet erbij en rauwkost groente. Tot besluit ijs. Dat laat ik later komen, want ik ben nog te moe om weer te vertrekken. Ze kunnen er lekker koken. Verzadigd en uitgerust keer ik terug naar mijn kamer. En dat gaat veel sneller dan de weg naar het restaurant. Want dat is steeds een hele klim van 7 %. Terug roetsj  je zo naar beneden. Met een zwaai de Bommerigerweg weer omhoog en dan heb ik net genoeg vaart om boven te komen. Dat kunstje herhaal ik nog twee keer en dan ben ik afdalend weer terug bij mijn slaapplek. Het einde van een heerlijke dag met de rit naar het restaurant meegerekend is het 73 km vandaag. Een reden om daarna lekker lang te slapen. Morgen is het ontbijt besteld om 9 uur, dus eerst slaaptijd genoeg. Morgen weer een nieuwe dag voor weer een nieuwe tocht.


8 september
Vanmorgen is het ontbijt om negen uur, tegelijk  met de andere twee gasten. Dat is wel zo gezellig dan alleen zitten eten. Het ontbijt is hetzelfde als gisteren. Het blijkt dat je een lunchpakket kunt maken met de broodjes uit de mand. Dan is het niet zoveel als wanneer ik twee bolletjes en vier sneetjes opeet. Bovendien is het toegestaan om fruit mee te nemen. En het bakje kwark en de jus is er ook weer. Bovendien is er thee en koffie. Heerlijk.
Ondertussen is het buiten prachtig weer. Dus alle reden om op pad te gaan. Vandaag ga ik een ris maken, die ik eens gemaakt heb vanaf een vakantiewoning aan de Hurpescherweg Daar ga ik dus eerst heen via de Bommerigerweg. Dat is prettig om in te fietsen, een beetje omhoog en een beetje omlaag.

Die Hurpescherweg is een snelle afdaling naar de Geul. Maar als ik die over ben, is het snel gedaan met de snelheid. Richting Epen gaat is geducht omhoog. En in het dorp rechtsaf, de Julianastraat in is een nog veel steilere en langere klim, meestal 6%. Pas na Eperheide gaat het weer omlaag, de Loorberg af naar Slenaken. Daar zie ik in de afdaling, dat ze iets aanleggen om wateroverlast tegen te gaan. Dat kan geen kwaad met de overstromingen van de afgelopen tijd.

Maar als je in dit landje beneden bent, moet je ook weer omhoog, Na een wit hotel linksaf. De bekende klim. Het is nog vroeg op de dag. Ik ben benieuwd of ik de klim al voor elkaar kan krijgen. Bij 9% is de vaart eruit. Mensen met een e-bike rijden me voorbij. Dat is niet echt fietsen, vind ik. Ik loop verder en de teller geeft op het steilste punt 13% aan. Toch heb ik dat ook wel eens gefietst. Misschien later op de dag nog. Een schrale troost: er lopen jongens met omafietsen of wat er op lijkt en zij kunnen ook niet fietsen op deze helling. Ik ga ze fietsend voorbij met de opmerking: wat een gezwoeg hè.
Na gestaag verder klimmen kom ik op het hoogste punt: Hoogcruts. Hier ga ik rechtdoor naar Banholt. En daar ook rechtdoor langs de kerk en de eeuwige meiboom. Tot mijn verbazing kom ik van een andere kant in Mheer tegenover de kerk, dan ik verwacht. Hier is een terras, er zitten mensen en vorig jaar zomer ben ik hier ook geweest. Toen hadden ze geen terras, maar wel goede koffie en gebak.
Ik ga zitten en bestel dus koffie met kruisbessenvlaai. Goede keuze.

Weer verder. Naar Libeek. Hier wijk ik even van mijn geplande route af. Tussen Eijsden en St.Geertruid is  een fietspad gekomen. Die wil ik zien. Dus ga ik naar Moerslag en kom op het fietspad. Maar dat stopt al snel. Langs de weg over een fietsstrook naar St.Geertruid. Daar door het dorp en dan naar linksaf naar een nieuw knooppunt, 106.
Via Eckelrade naar Cadier en Keer. En dat zul je weten. Op een bord wordt gewaarschuwd: 15%. Mijn teller geeft 13% aan en ik fiets nog. Maar het gaat daarna met een ijselijke vaart weer naar beneden. 
In Cadier en Keer ( waarom toch die twee woorden) links langs de grote weg met uitzicht op de Maasvallei met Maastricht in de verte. Daar ga ik niet heen. Ik blijf boven op het Plateau van Margraten, zoals dat heet.

Bij St. Antoniusbank linksaf en door het dorp naar beneden naar Bemelen. En dat gaat nog verder omlaag met een haarspeltbocht. Ik voel me een daler in een wegrace, heerlijk.
Als ik beneden ben, is Maastricht links en ik ga rechts naar Berg en Terblijt. (ook weer twee namen).
Op de kaart ga ik niet verder dan Berg. Er door en dan afdalen naar Geulhem, maar dan is het weer klimmen. Vlak rijd ik naar Houten- St. Gerlach. Hier bij de kerk links, over een grotere weg en even verder weer rechts het park in bij het kasteel/landhuis. In het park gaat de route links, door een klaphekje of over een veerooster. Dan ben ik in een natuurgebied, waar koeien leven. Ze gebruiken de weg als toilet. Blijft je gras schoon en kun je ervan eten. Verderop weer zo'n hek. Ondertussen kijk je tegen de hellingen aan met de bebouwing van de plaatsen, die daar liggen.

Na een aantal bochten kom ik bij het witte bruggetje over de Geul. Hier is weer duidelijk te zien, dat het water erg hoog heeft gestaan. De reling van de brug zit vol met plantenresten, die in het water tegen de reling zijn gebotst en er aan zijn blijven zitten. Gigantisch hoe hoog het water is geweest.
Ik fiets verder en kom in Valkenburg. Hier net als maandag dwars door het centrum met een bezoek aan de supermarkt voor mijn avondeten. Deze keer eet ik weer van mezelf.
Dan verder langs de Geul, langs een hotel, dat nog te drogen staat, net als het VVV-kantoor. Je hoort de droogmachines.
Verder met wat bochten naar de weg richting Schaloen, zoals op maandag. Nu is de plas weg en een grote tak is ook weggehaald. Weer over de brug naar het kasteel en verder. Het valt me op, dat de weg in het midden totaal vernield is door het water. Aan beide kanten kun je net fietsen. Voorbij de heemtuin, oversteken en door de velden weer verder naar Naar Schin op Geul.


Hier is de weg versmald. een huis op de helling dreigt naar beneden te schuiven en wordt door grote zakken zand en stenen gestut. Daarna volgen Wijlre en Gulpen.
In Wijlre zijn de knooppunten veranderd. De route gaat door het dorp en langs de hoofdweg naar Gulpen. De steile afdaling naar de Geul en naar Stokhem is uit de route gehaald. Dat is voor de wandelaars wel zo rustig. En het paadje is voor fietsers en wandelaars veel te smal.
In Wijlre ga ik rechtdoor, door het dorp en dan verder naar Wahlwiller. Hier de weg oversteken om door dit dorp te gaan. Als je het dorp uitrijdt, is er een mooi wegje evenwijdig aan de hoofdweg naar Vaals.
En er is een bankje om even koffie te drinken en uit te rusten. Ik neem er de tijd voor en neem m'n puzzelboekje ter hand. Bij het inrijden van deze weg staat er een bord en een hek, dat je er niet in mag. Dat staat er anders niet en een fietser kan er vast wel langs. Bovendien komen er fietsers van de andere kant, dus kun je er langs, is mijn redenering.
Terwijl ik op het bankje uitrust, is het een komen en gaan van wandelaars en fietsers. Ze keren allemaal om. Er staan verderop werkmannen in oranje pakken, die de mensen terugsturen. En er zit een lint over de weg.
Als het vijf uur is, stoppen de heren met hun werk. De auto's rijden terug naar Wahlwiller en de volgende fietsers fietsen verder. Dus je kunt er wel langs. 
Ik ben uitgerust en ga er ook heen. Het is nog een behoorlijke worsteling om onder dat lint door te komen. Het zit heel erg strak. En het laten knappen is niet zo netjes. En dan zie ik het probleem. Ze gaan morgen de weg opnieuw asfalteren en hebben alvast wat teer aangebracht. Om niet in de kleefboel terecht te komen, moet je wel heel erg over de randen van de weg door het gras en nog schoon zand.
Uiteindelijk lukt dat, maar dan kun je er nog niet uit. Aan de andere kant is de boel ook heel erg afgesloten. dan nog maar eens worstelen met de linten. Ik ben er toch uitgekomen, net als de andere fietsers. Achteraf zit er wel teer aan mijn schoenzolen. Gelukkig kleeft het niet. Zoiets ga ik toch maar niet weer doen.
Eigenlijk gaat mijn route nog naar Vaals en dan naar Mechelen

. Maar daar heb ik geen zin meer in. Het is al bijna half zes. Bij de rotonde naar Vijlen ga ik maar in die richting en dan met klimmen en dalen terug naar mijn logeeradres. Even wat uitrusten, fietstassen uitpakken en alleen het avondeten meenemen. 
Ik ga weer op pad. Naar dezelfde picknicktafel als maandag. En gelukkig is die weer vrij. De paarden staan nog in de wei. De gele skippybal is er niet meer. Ik eet heerlijk van wat ik gekocht heb en geniet ondertussen van de vredige rust op dit uur van de dag. Het is een heel bijzondere avond. Ik kan er nog niet genoeg van krijgen. De zon en de temperatuur maken, dat het buiten vertoeven niet kan stoppen. Het is zo mooi. Maar dan begint het toch te veel af te koelen en de zon verdwijnt achter de heuvels. Toch maar naar huis. Mijn logeeerplek in Mechelen. Zo komt er een eind aan een heerlijke fietsdag in het Zuid-Limburgse land. Morgen nog zo'n dag. op mijn kamer ga ik bedenken wat er dan gefietst gaat worden. Welterusten.

9 september
Evenals gisteren heb ik het ontbijt besteld om negen uur, gelijk met de andere gasten. Dat is gezellig. Zij zijn er vandaag voor het laatst. Morgen zit ik waarschijnlijk alleen. Het eten is weer net zo goed verzorgd als de vorige dagen. Er is voldoende om een lunchpakketje te maken. 
Ook is het weer opnieuw geweldig. Nog mooier dan gisteren. 
Deze dag ga ik anders fietsen dan de vorige dagen. Steeds reed ik een route die ik vooraf had gemaakt. Maar vandaag doe ik het andersom. Ik fiets en neem de route op. 
Allereerst is het de bedoeling om te ontdekken hoe lang het rijden is naar het station Maastricht. Daartoe rijd ik eerst naar Partij. Steeds over de verharde weg is mijn bedoeling. In Gulpen ga ik de LF6 volgen. Dat geeft een stevige klim om uit het stadje te komen. Eenmaal boven is het lekker doorfietsen. Even lijkt het te gaan regenen, maar dat is nep. Via de gebruikelijke wegen en fietspaden kom ik in Bemelen. Dan de spannende afdaling met de haarspeldbochten, net als gisteren. Nu volg ik de weg tot het station. Ik vergeet natuurlijk om mijn horloge te kijken. Dus precies weet ik de tijd niet. In ieder geval ongeveer een uur en een kwartier. Neem er anderhalf uur voor en het is goed.
Op het station koop ik koffie en op de bank ervoor eet ik het op samen met de koek van gisteren. Toen heb ik twee heerlijke gebakjes gekocht. Na deze smulpartij ga ik richting de Maas. De stad heet hier Wijk. En vlak voor de brug ga ik links. Tussen de wandelaars door manoeuvrerend kom ik in de buurt van het museum en dan gaat het verder langs de rivier, tot dat niet meer kan. De weg volgen tot Oost-Maarland. Dan gaat het over een rustige weg naar Eijsden. 


Hier is de knooppunten route veranderd. Ik rijd toch maar zo als ik dat wil. En kom langs het kasteel, en dan België in. Vroeger kon je hier nauwelijks fietsen vanwege het vele verkeer. Nu is er een fietspad en knooppunten aanwijzingen. Zo kom ik in Moelingen en dan naar Withaar. Je rijdt zo van het ene land in het andere en terug. 
Als ik Mesch uit ben vind ik langs de fietsroute een picknickbank met een mooi uitzicht. Het is niet meer zonnig, maar wel een lekkere temperatuur. Een goede plek om te lunchen. Ik doe het rustig aan. Af en toe komen er grijze golf lieden op e-bikes voorbij. Meestal met veel vaart. Zou je dan iets zien van de omgeving, 
Na de lunch kom ik bij s-Gravenvoeren. Hier ga ik links en even verder weer rechts. Zo kom ik op mijn favoriete route. Het is redelijk vlak en een mooi uitzicht op de heuvels die België scheiden van Limburg. Langs het kapelletje met de muziek, die start als je erin gaat. 
Dan door St.Martens-Voeren. Even maar. 
Wat volgt is een mooi stukje route met een prachtig landschap. Een nadeel is, dat er nogal geklommen moet worden. Anders was het landschap ook niet zo mooi. Het licht valt prachtig over het land.Hier gaat het dus die heuvelrug op. Eenmaal boven gaat het naar De Plank. En dan weer het land van de zuiderburen in naar Teuven. Hier drink ik mijn kopje koffie van deze middag. Ik ga uit eten, dus geen terrasbezoek. Na Teuven gaat het dan echt met haarspeldbochten omhoog over de heuvel heen om weer aan de Nederlandse kant te komen. Een dalende wielrenner komt bijna in de struiken terecht. Veel te snel afdalen is niet verstandig.
Eenmaal boven gaat even verder het bos open en zie ik Kasteel Beusdael. Het vertrouwde bankje laat mij even rusten. Enkele foto's en dan omlaag naar het kasteel en weer omhoog naar het eerste deel van Sippenaeken. Hier al snel linksaf de Kuttingerweg in. Er staat dat het nog niet mag, maar de werktijd is over en de reparatie van de weg is al klaar.  Bovenaan in de bocht zijn picknicktafels en ik eet nog wat.
Dan verder. een groepje mensen op e-bikes halen me in en willen aan het eind dwars door wegwerkzaamheden. Zo te zien kun je er echt niet door. Ik geef ze de tip, om even terug in de bocht de onverharde weg te nemen. Dat doen ze gelukkig. En ik ook. Zo komen we allemaal weer in Epen.
Ik rijd naar mijn slaaphuis. Wissel mijn tassen en ga weer op weg. Nu naar het Chinese restaurant in Mechelen. op weg erheen roept iemand : he daar heb je die meneer weer, o sorry, Het is de man van het stel dat na mij op de Vaalserberg op het bankje gaat zitten en een praatje maakte over de fiets.
Ondertussen ziet de lucht wat dreigend uit. Zou er toch de aangekondigde bui komen? Honderd meter verder is het Chinese restaurant.
Ik word op de gebruikelijke manier verwelkomd: Hallo, alles gooeed? Aardige mensen. Ik eet er weer lekker. Het is natuurlijk geen vijf sterren Chinees, maar in zijn soort toch een plek om lekker te eten.
De regen blijft uit en ik kan droog weer terug, De avond verdoe ik met een flesje bier en een kopje thee (volgorde andersom) 
Voor het slapen gaan zorg ik dat de meeste dingen zijn ingepakt. Want morgen wil ik snel weg. Dan ben ik voor de regen in Maastricht bij de trein. Ook mijn elektronica opgeladen. Dan nog eens het weer controleren. Inderdaad staat er nog steeds, dat het om twaalf uur gaat regenen in Maastricht. En dat is de tijd, waarop de trein vertrekt. Dus goed gepland.  Welterusten.

10 september.
Ik ben mooi op tijd wakker. Douchen, aankleden, de rest inpakken. Dan kan ik, na het ontbijt om half negen, meteen vertrekken. Gisteren heb ik al betaald. Nog een beetje lunchpakket maken. En dan afscheid nemen en twintig over negen zit ik al op de fiets, die ik voor het ontbijt al buiten klaar heb gezet. 
Er is alleen een lelijke tegenvaller. De weerberichten laten het nu om tien uur al flink regenen. Dus nog sneller weg dan snel.  
Ik rijd langs de grote weg over het fietspad. Zo kan ik snel zo rechtdoor mogelijk en zonder veel bochten en kronkels en klimwerk bij het station aankomen. 
Helaas regent het bij Margraten al zo erg, dat de regenkleren aan gaan. Dat fietst wat klef, maar het regent flink. En dan maak ik een fout. Ik wijk af van mijn plan om de grote weg naar Maastricht te volgen. Ik ga schuin binnendoor. Dat lijkt korter en ik ben meteen op de fietsweg naar het station, de bekende weg. Maar hier is het wel op en neer en heel veel water op de weg. De fietsstroken staan blank en de auto's spatten er enorm doorheen. En ik moet ook door het water rijden. Het gevolg is, dat het water met emmers vol tegen mijn benen en in mijn schoenen terecht komen. Als ik op het fietspad wat gebleven, was ik veel droger gebleven.
Bij het station aangekomen, staat het water nog in mijn schoenen, maar het is wel weer droog.
Bovendien, ben ik een uur te vroeg. Ik probeer een trein eerder te reserveren voor mijn fiets. Dat lukt. Dus kan ik mee. Dan snel mijn schoenen uit, sokken uitgewrongen. Sandalen en droge sokken tevoorschijn gehaald en zo kan ik tocht droog de trein in.
Een goede plek en ik rijd tot Utrecht. Het weer lijkt droog te blijven tot zeker half vier. Dan kan ik wel haast thuis zijn. Vanaf Utrecht rijd ik een soort fietssnelweg naar Amersfoort. Het is eigenlijk de weg waar je langs ging, toen er nog geen snelwegen waren naar Amersfoort en verder. 
Voorbij het station van Amersfoort verder over de snel-fietsroute naar Nijkerk.  Daar wil ik even rusten en wat te drinken en te eten kopen. Maar de lucht ziet er niet fris uit. Laat ik even de buienradar raadplegen. En jawel hoor: over ruim een uur kan het gaan regenen en dan ben ik nog niet thuis.
Ik eet n een krentenbol, drink water en snel verder.
Zo kom ik tegen half vier bij Putten. Daar gaan de regenkleren weer aan. En zo kom ik toch nog nat thuis. Maar niet zo erg als vanmorgen.
ZEn dat is het einde van een heerlijke fietsweek met schitterend weer en een natte douche aan het eind. Thuis de boel uitpakken, opruimen, wassen en opdrogen. En dan  lekker uitrusten met het idee : over een poosje doe ik het nog eens. Als het goed herfst is. Want dan zijn de kleuren in het Limburgse zuiden ook zo heel erg mooi. 



vrijdag 14 augustus 2020

Zomer 2020

Het is een vreemd jaar voor fietsers.
vanaf half maart mag je niet meer gewoon naar buiten, winkelen, musea bezoeken, restaurants binnen gaan. het is allemaal gesloten en alleen de noodzakelijk winkels zijn open. Met veel gedoe van reinigen mag je boodschappen doen. Het is allemaal nogal spannend.

Het enige wat wel kan en voor de noodzakelijke ontspanning zorgt, is fietsen. Een ommetje mag en wordt zelfs aangeraden.  Dan gaat er koffie en koekjes mee, ook een zitje, want alles is verdacht en kan besmetting opleveren.

Eindelijk komt het kampeerseizoen in beeld. Maar kamperen mag eerst nog niet. In de loop van mei mogen campings open, maar er is geen sanitair beschikbaar. Wel water, meestal koud, en een chemisch toilet. Dat betekent kamperen met eigen sanitair.

We gaan dat proberen. De eerste vakantie is bij Enschede.
De laatste week van mei is de start. De caravan wordt geïnstalleerd en de fietsen gaan eruit. Eindelijk ergens anders fietsen dan bij ons thuis in het bos.
We doen dit vijf dagen met enkele tochten.:





De volgende uitstap is van 1-4 juni,
Dan kamperen we in de buurt van Groesbeek. Hier wordt meer gefietst. We gaan naar Emmerich, door Duitsland, naar Cuijk en steken de Maas over.
Als er slecht weer op komst is, gaan we weer naar huis.

Maar na enkele dagen gaan we weer op pad. Naar dezelfde camping en weer fietsen we daar de wereld rond. Elke dag ergens anders heen. En als het weer minder is, gaan we wandelen. Dat is maar een keer.
Als er weer slecht weer aankomt, gaan we snel weer huiswaarts.

23-30 juni
Het is weer een hele week prachtig zomerweer. Snel de caravan naar Voorst gebracht. En dan weer fietsen, allerlei kanten op. Zo hebben we toch fietsvakantie. En deze week doet het weer zo erg zijn best, dat het net Zuid-Frankrijk lijkt.

Dan is het even over.
In juli ga ik 6 dagen fietsen:
Fietsen langs het Pieterpad. Ik ga eerst naar Vorden om te starten.
Dan naar Berg en Dal, Lottum, Schinnen, Epen en Via Maastricht met de trein weer naar huis.
En woensdag ga ik weer weg. nu de andere kant op van dat Pieterpad op de fiets. Dat gaat tot zaterdag met zondag terugreis.

Dus ga ik op woensdag op weg naar Lemele . Niet Vorden, want dat stuk tot Lemele heb ik al zo vaak gefietst. Dat sla ik maar over. 
Op  donderdag rijd ik via Ommen, door het Vechtdal naar Hardenberg en langs Gramsbergen, door Ane en Coevorden naar Holsloot. 
Op de vrijdag gaat het door Drenthe  via Sleen en Schoonoord, Schoonlo en Rolde en Taarlo naar Zuidlaren. Ik kampeer op Tienelsheem. Dat heeft een bijzondere betekenis. Hier was ik als kind ook eens op visite bij de toenmalige eigenaar.
Op de zaterdag gaat het door Groningen en via mijn broer naar Pieterburen.
Voor al deze dagen geldt: het is tropisch warm en ik geniet er enorm van.
 Op de zondag terug naar de stad Groningen en per trein naar Nunspeet alwaar ik per fiets en met mijn vrouw terug naar huis pedaleer. De volgende dagen blijft het nog heet en ik geniet nog steeds van het fietsen. Op dinsdag rijd ik met de auto naar Apeldoorn en trap naar Hattem en terug. Steeds in de hitte en dat gaat prima als de wind om mijn lijf waait en er rustplekken zijn in de schaduw.
Ook de dagen erna fiets ik steeds even in de hitte. Tot vrijdag, want dan is het over. Wel warm en klam, maar niet meer die droge hitte.

Begin september gaan we weer op pad. Nu met de caravan naar een camping tussen Dalfsen en Ommen.  Het is voor een week. Maar het worden er drie. Met nog een lang weekend bij Enschede. Ook die weken geven mooi warm weer meestal.  Fietsen gebeurt van Oldebroek naar de camping.  Samen leuke tochten en alleen een lange naar de Haandrik en terug. Dan lijkt het over. Caravan in de stalling en in de herfst vakantie er weer uit.

Maar corona verandert het weer. Er is meer vrije tijd en geen kampeerweer.  

We huren een huisje de laatste de laatste week van an oktober. We gaan naar Hurpesch tussen Mechelen en Epen.  Een mooi ruim huis en prima weer voor wandelen en fiet9. De ene dag het ene en de andere dag het andere.
Op zaterdag ga ik een lange tocht maken, 66,5 km met twee keer een klim van 15%. Ik voel me heel geweldig, dat ik dat nog kan.

donderdag 8 augustus 2019





De Blauwe Loper naar de Middellandse Zee

Langs Rivieren Naar Het Zuiden

fietsen langs Moezel, Canal de L'Est, Saône en Rhône.

Sablon, aan de Rhône 

Een fietstocht langs rivieren en kanalen van Luxemburg naar Lyon en langs de Rhône naar Avignon.

Een reis als variant voor de Groene Weg naar de Middellandse Zee, als je geen zin hebt in veel klimwerk. Het gaat langs de Moezel, een aantal kanalen, de Saône en de Rhône.
Vanuit Nederland eerst De Groene Weg vanaf Heerlen via de Vennbahn naar Luxemburg. Vanaf Caderousse/Avignon de Groene Weg naar Ste Maries-de la Mer. Onderweg kun je op enkele plaatsen van route wisselen: in Charmes aan de Moezel, in Corre, in Port-sur-Saône en vanaf Caderousse richting Avignon.

3 juli  Ermelo – Maastricht – Liège – Marloie – Luxembourg
De reis begint woensdagmorgen vroeg. Ik sta om zeven uur al op het perron van Ermelo.
Dit doe ik zo vroeg, omdat de ervaring me heeft geleerd, dat er nog wel eens een verstoring is op de lijn naar Maastricht. Bovendien wordt er in België aan het spoor gewerkt en moet ik toch al vaker overstappen en wachten.
De reis naar Maastricht gaat volgens het spoorboekje. 
Als ik op station Maastricht ga kijken, hoe ik op het andere perron kom, is er een probleem. De lift is in reparatie. Hoe kom ik dan aan de overkant? Via de trap wordt het wel een heel grote klauterpartij. Een medewerker ziet mij denken en stelt voor me naar de andere kant te brengen. Aan het eind van het perron kun je eraf en over het spoor naar de andere kant.
Nu is het er nog te vroeg voor. Ik koop iets lekkers en ga zitten koffie drinken. Tegen de tijd, dat de trein uit Luik is aangekomen, zoek ik de man weer op en hij brengt me naar de overkant. De trein is een boemeltje. Wel netjes. De conducteur doet het bagagedepot open en helpt me de fiets er in te zetten. Dan gaat de deur op slot en kan ik er niet meer bij. Hopen, dat de fiets blijft staan. Het is een heel hobbelige en schuddende tocht naar Luik. Maar bij aankomst is de fiets nog staande. Geen probleem dus. 

In Liège ( nu zijn we in het Frans sprekende België) helpen twee conducteurs de fiets weer uit de trein te tillen. Bij een vorige reis was er geen enkele hulp. Ik bedank de heren voor het medewerking.
Dan gaat het met de lift naar beneden. De hal van het station met de opgangen naar de perrons is beneden. De lift is rond en de fiets wil er alleen in met gedraaid stuur; niet echt gemaakt voor fietsen. Beneden is het een drukte van belang: reizigers lopen heen en weer, werkmannen zijn bezig of staan te kijken, op de banken zitten mensen te wachten op hun trein. Er zijn winkels met eten en andere zaken. Ik koop enige zaken voor onderweg, etenswaar. Tegen de tijd, dat de volgende trein er ongeveer zou moeten zijn, zoek ik de passende lift op, voie 9. Maar de lift doet het niet, net zo als de lift ernaast. Er loopt een werkman en ik vraag hoe ik boven kom. Eerst heeft hij een ingewikkeld voorstel, dat ik niet begrijp. Maar dan heeft hij een betere oplossing: gewoon met de roltrap. Hij gaat mee en samen houden we de fiets in bedwang en komen we  boven. Eigenlijk had ik dat ook wel alleen gekund. Dit gaat heel gemakkelijk.
Boven staat de trein er wel, maar ik mag er nog niet in. Even wachten dus.



Deze trein naar Marloie heeft wel een fietsgedeelte. Ik kan gewoon instappen en bij mijn fiets zitten. Er gaan nogal wat mensen mee. Ook vakantiegangers, maar zonder fiets. De reis duurt lang, alle stationnetjes worden aangedaan. Hoe dichter we bij het eindstation komen, hoe leger de trein wordt. In Marloie zijn er nog maar een paar reizigers over. Ik stap uit en vooraf had ik het idee, dat ik niet op het andere perron kon komen zonder lift. Maar de trein stopt op hetzelfde perron als de volgende. Hier is het weer lang wachten. Er is een warme zon en veel wind.




Deze trein ziet er van buiten en van binnen mooi uit, heeft goede stoelen, maar de fiets gaat weer achter slot en grendel in het bagageruim. Weer kan ik niet bij mijn etenswaren. Gelukkig heb ik nog iets in de lappentas gedaan, zodat ik toch wat heb.

Ook nu worden er weer vele stations aangedaan, voordat we in Luxembourg stoppen. In de trein staan ook twee fietsen in een halletje, die mensen zijn blijkbaar zomaar ingestapt. Het blijken achteraf Nederlanders te zijn, die naar dezelfde camping gaan als ik. Ik probeer een praatje, maar ze hebben blijkbaar geen zin.
In Luxemburg is er weer hulp bij het uitladen van de fiets en dan gaat het naar de start van de route.

Ik volg de navigatietekst uit De Groene Weg van het station naar de route. Dat is wel even zoeken, als de weg is opgebroken. Het lijkt wel of er bij stations altijd aan de weg wordt gewerkt.
Langs allerlei wegen een fietspaden kom ik op de route en volg die tot de camping in Alzingen. Dat is makkelijk te vinden: de route brengt je er gewoon heen. Daar zet ik de tent op alsof ik het al vele malen heb gedaan en ga dan op zoek naar de supermarkt voor het avondeten.


Op de camping ben ik niet de enige fietskampeerder. Maar ieder is me zichzelf bezig; iets wat me tegen valt. Mogelijk beginnen ze allemaal net en zijn ze nog niet toe aan een praatje.




Op de camping woont een groene specht. Hij vliegt steeds heen en weer en ik kan er een paar mooie foto’s van maken.








Na het eten zit ik lekker voor mijn tentje en als het bedtijd wordt, is er opeens veel lawaai van een feest naast de camping. Gelukkig stopt dit als het donker wordt, zodat de nachtrust er niet door wordt bedorven.

4 juli Alzingen – Metz
De volgende morgen begint het dan echt. Op weg naar Lyon met de Echappée Bleue, de Blauwe Tournee. Ik denk dat de kleur met het water te maken heeft , want het gaat steeds min of meer langs het water.
Na het ochtendritueel ga ik nog langs de supermarkt voor brood en zulke zaken voor onderweg. En dan gaat het via de Groene Weg naar Cattenom. Al lang van te voren kun je zien, waar dat ligt. De koeltorens van de kerncentrale steken hoog boven het land uit. Het is een imposant gezicht, helemaal als ik er dichtbij kom.






Als ik door het dorp ben, kom ik op de kruising, waar ik naar rechts ga en de Groene Weg verlaat. Rechtsaf gaat naar de Moezel en dan naar rechts richting Thionville.

 Als ik de bocht om ga, staat er een welkomstbord van de route. Hier is het nog de route van Karel de Stoute. Pas in de buurt van Bayon krijgt hij de aanduiding van L’Echappée Bleue, V50.

Nu gaat het naar Thionville. Hier ben ik meteen niet meer de enige vakantiefietser. Hier is het gewoon, dat er fietsers van mijn soort langs komen. Dat geeft een prettig gevoel van: we zijn met z’n allen op weg.
Het rijdt heerlijk met de zon, een wolkje en de wind achter. Op den duur hoop ik op een bankje in de schaduw. Maar daar kun je lang naar zoeken. Uiteindelijk wordt het toch een bankje in de zon voor de koffie. En omdat de anderen ook een bankje zoeken, moet ik best ver doorrijden. Bij het plaatsje Manom stop ik.

Na de rustpauze weer verder. Al snel kom in bij Thionville. De weg gaat over de voetgangerspromenade. Eerst mag je nog fietsen, maar dan is het echt lopen geblazen. Hier zijn allemaal eet- en doetentjes voor een feest, denk ik. Maar het is nog te vroeg. Er is geen een open. Zo langs de kade fietsend kom ik door Thionville. Van de stad zie ik eigenlijk niets. En dat zal steeds zo zijn. Meestal gaat de weg zo, dat je de stad en zijn drukte ontloopt, ontfietst.



De weg blijft langs de rivier, of is het een kanaal. Dat is niet steeds helemaal duidelijk.
Opeens gaat het omhoog en ben ik in de stad Metz. Hier moet ik van de route af om naar de camping te gaan. Dus over twee bruggen en dan de bordjes volgen. De ingang van de camping is dichtbij de tweede brug. Het ligt aan het water. Een plekje is gauw gevonden.

Achteraf blijkt, dat de jongeman bij de receptie geen goed antwoord heeft gegeven op mijn vraag of tot het eind van de camping de plaatsen voor tentkampeerders is. Ik blijk op een camperplek te staan. Daar wil een Engels gezin in een stokoude vw-camper ook staan. Na enig geharrewar gaan ze er naast staan. Alles gaat in een vriendelijke sfeer.
Ondertussen ben ik ook nog de stad door geweest op zoek naar een supermarkt. Die zou er moeten zijn, maar moeilijk te vinden. Ik ben er een paar maal voorbij gekomen. Pas als ik er door een agent naar toe wordt gebracht, valt de winkel op: een Monoprix. Zo kom ik toch nog aan eten voor de avond.
Terug op de camping de gebruikelijk zaken voor een kampeerder: eten koken, eten, beetje puzzelen, kleren wassen( had ik al gedaan en is weer droog) en dan slapen voor de volgende dag.

5 juli  Metz- Liverdun ( Nancy)
De volgende morgen haal ik brood bij het restaurant en ga alles weer klaarmaken voor de volgende etappe. Die gaat eerst weer langs de bruggen en dan tegen de richting in omlaag naar de Moezel. Al snel moet ik over een hoge brug en dan langs een kanaal verder. Het is opvallend hoeveel werk men hier van heeft gemaakt om de fietser een goede en veilige fietsweg te bezorgen.








Dan gaat het verder langs een kanaal. Ergens staat een bordje: Boulanger. Hé, dat is een idee. Laat ik eens kijken waar de bakker is. Op de camping kon ik alleen stokbrood bestellen. Croissants en chocoladebroodjes waren niet leverbaar. Dan naar een dorpsbakker. Die heeft vast een goede sortering. Niet alleen mijn dagelijkse kost, maar ook nog lekkerder zaken.
Het dorp heet Jouy-aux Arches en heeft resten van een Romeins aquaduct.



De bakker is hedendaags en verkoopt lekkere dingen voor bij de koffie.
Later houdt het mooie fietspad een poosje op. Ongeveer een kilometer is het een zootje, dan passeer ik herinneringen aan de WO2 en is er weer een goed geasfalteerde fietsweg.





Het gaat weer verder in de zon en de wind en de Moezel is hier een tijdje niet zo breed, als het geen kanaal is. Wel komen er langzamerhand heuvels in zicht. Een teken, dat ik verder naar het zuiden afzak.




Later blijkt het toch een kanaal te zijn. Er komen bruggen en sluizen en dan is er weer een brede Moezel. Ik ben aangekomen bij Pont-a-Mousson. er is hier een versterkte kade en een picknick- weide. De meeste bankjes zijn bezet. Een ideale plek voor de middagpauze vindt men hier. Er is nog een plekje voor mij over en ik ga er eens goed voor zitten. Heerlijk in de schaduw en een mooi uitzicht. Allerlei voorbijgangers passeren me. En ook de jeugd gaat voorbij, op zoek naar water en een frisse duik bij de sluis.


Ik ben over dat brugje gekomen op de bovenste foto en het uitzicht is bij het bankje op de onderste foto. Je kunt nog net mijn stuurtas zien.



Verderop kom ik onder de A37 door, de autoweg naar het zuiden. En ik ben er niet de enige fietser.

Zo gaat het verder tot Custines. Daar verlaat ik de route om in Liverdun een camping te vinden. Er zijn wel meer campings, maar niet met goede beoordelingen. Dus die sla ik over, en ik ben niet de enige. De meeste fietsers gaan naar Liverdun blijkt, als ik er ben.

Om bij de camping te komen, moet ik flink klimmen en het is veel verder dan ik had gedacht. Helaas was het niet nodig. Als ik de volgende morgen vraag of ik langs de rivier terug kan rijden, blijkt het een korte route te zijn naar de plek waar ik ben gestopt. Veel moeite die niet nodig was.

Maar op de camping aangekomen, betaal ik twee keer, omdat de kassarol op is en mijn betaling niet wordt geregistreerd. Gelukkig kan ik met mijn bankrekening laten zien, dat het er twee keer afgegaan is. Dus krijg ik het geld weer terug. Een biertje is hier groot en koud, en later bestel ik nog een salade. Zo wordt het nog een heerlijk avondje.

Een gezin op fietsvakantie strijkt hier ook neer en die mensen kom ik steeds weer tegen tot bij Avignon.
Ook een oudere heer op een trekkingfiets met bagage kom ik op elke camping tegen.
Het is warm en ik besluit om van nu af, vroeg naar bed te gaan en dito op te staan, zodat ik voor de hitte op de volgende camping kan zijn.


6 juli Liverdun- Nancy – Velle-sur-Moselle
De volgende morgen wil ik douchen, maar het is zo vol met vroeg opgestane mensen, dat ik te lang zou moeten wachten. Dus ga ik in een wascabine, lavabo, en in het vervolg was ik me ’s morgens net als thuis. Dat gaat sneller en mijn handdoek wordt minder nat. En zo ben ik sneller weg. 
Eerst de gebruikelijke zaken en dan gevraagd of er een fietsroute langs de rivier is. Zo ben ik snel bij de brug. Hier maak ik een richtingfout en rijd een lang rondje. Weg is mijn tijdwinst. Maar ik kom wel weer op de plek, waar ik de route naar Nancy oppak. Het weer ziet er wat raar uit. Wel zon, maar ook wat dreigende luchten en het voelt kleverig aan.

Ik denk langs Nancy te komen en de stad te zien. Maar door de vele bomen en struiken is er niets van te zien. Wel kom ik langs de stadsdelen aan de andere kant: Tomblaine en Ste Maxe. Hier is een supermarkt, die bezocht moet worden en verderop een bankje om koffie te drinken. En te hopen, dat het droog blijft. Eerst lijkt het op regen en onweer, maar later komt de zon weer tevoorschijn en is het gewoon mooi weer. Na Nancy, waar ik toch nog een foto van kan maken,


kom ik langs een kanaal te rijden. Hier is schaduw en een plek voor de lunchpauze.

En aan het eind van het fietspad het probleem van : hoe nu verder. Aan de overkant gaat het niet naar waar ik heen wil. En zoals de gps aangeeft, kan niet. Daar is geen weg. Het duurt bijna een uur, voordat ik fietsers kan aanspreken, of beter: ze spreken mij aan. En dan is de vervolgroute gevonden. Gewoon langs de weg en later de routebordjes weer volgen.


Zo kom ik langs Tonnoy. Hier wil ik eerst gaan kamperen. Maar het is volgens de borden een camperplaats. Dat is niet zo. Maar toch ga ik er niet heen. En de route daar verder volgen kan niet, omdat de brug in reparatie  is. Dus weer terug naar de weg en verder naar Velle-sur-Moselle. Hier is een camping van het oude soort: geen stroom voor de caravans, geen warm water bij de aanrechten. Alleen goede douches en wc’s met papier. En een gepensioneerde beheerder. Hij vraagt of ik ook een “retraité” ben. Eerst snap ik het niet, maar als hij het herhaalt, ja, ik ben van dezelfde club. De man woont in het dorp en is er even en dan weer niet. Hij vertelt hoe en waar ik moet staan, maar eigenlijk mag ik het zelf weten. Als het maar tussen twee bomen is. Ook weet hij te vertellen, dat de fietsroute volgend jaar verder wordt aangelegd langs dit dorp.

Ook hier dreigt het met een bui, maar na enkele druppels is het weer over. Tegen de schemer kom het Duitse gezin weer aangereden. Zij volgen heel letterlijk de Moezel of het kanaal, dat erbij hoort. 
Het is een stille nacht en zo begint de morgen ook.


7 juli Velle-sur-Moselle naar Fontnoy-le- Château
Deze dag begint met het vertrek via de route. Maar al snel wil ik proberen om aan de andere kant van het water een fietspad te volgen. Helaas is het steeds te onverhard. Pas bijna bij Bayon lijkt het wat verhard te worden. En dan opeens is er de echte Echappée Bleue. Met borden en info geeft het de start van de route aan.


Er staat een kunstwerk bij, zoals bij enkele volgende borden en sluizen ook het geval is. Het kunstwerk is 

steeds gemaakt van fietsonderdelen.

Na Bayon fiets ik verder langs het kanaal of de Moezel en kom in Charmes. Het eerste dat ik ervan zie is de camping. Hier ben ik meerdere keren te gast geweest tijdens de tocht via de Groene Weg. En dan is het toch een kanaal met de sluizen. In de rivier staat meestal maar een schijntje water. Hier liggen er boten in, campers langs de kant en bij de brug is een bankje voor de koffiepauze.

Na Charmes komt een leuk gedeelte. Het gaat langs vele sluizen. Ik tel nr 14 en later is er nog nr 20. En bij elke sluis gaat de weg omhoog. De sluizen volgen elkaar snel op. 

Je kunt van de ene zo maar twee volgende zien. Over een lengte van misschien 5 km ben ik wel 88 meter gestegen op mijn hoogtemeter. Later ga ik weer naar beneden. Dan daal ik 40 meter.

Ook kom ik over de waterscheiding tussen Noordzee en Middellandse Zee. En dat op een hoogte van slechts 370 meter. Als de dag aangeeft, dat ik een camping moet gaan zoeken, bij ik bij Fontenoy-le-Château aangekomen: een haventje, bootjes en een hoge brug. Klimmen dus. Door het dorp waar het op zondag rustig is, en dan weer klimmen naar de camping. Een SVR-camping met Nederlandse eigenaars. En nog een fietskampeerder van mijn leeftijd. Zoals meestal zoek ik heel lang naar het ideale plekje, dat er dan tocht weer net niet is. Maar ik sta goed, slaap weer lekker en zie tegen de schemer nog een bekende medereiziger aankomen. Na deze camping heb ik die man niet weer gezien. Hij ging naar de Vogezen had-ie gezegd.


picknickplek

boot in de sluis

zelfbediening


waterscheiding

Fontenoy haven

dorp


8 juli Fontenoy – Port-sur- Saône
De volgende morgen blijkt de poort van de camping niet gesloten te zijn geweest, hoewel dat op de borden wel wordt gesuggereerd, een beetje slordig. Ook de eigenaren zijn in geen velden of wegen te zien. Ze zijn gisteravond vertrokken en je zoekt het maar uit.
Waarschijnlijk heeft de bakker er de bestelde stokbroden achtergelaten. Die kun je meenemen. Ze zijn al betaald.
Een beetje een raar vertrek van een overigens mooie camping.
Gisteren moest ik stevig klimmen om er te komen, nu daal ik met een enorme vaart weer af naar het dorp. Ik weet niet meer of ik hier nog een bakker of zo heb gezocht. Maar waarschijnlijk heb ik wel eten voor onderweg gekocht. Dan gaat het richting Corre. Het is een mooie route over een nieuw fietspad. Bij een klein brugje stopt het pad: Corre. Hier kun je overstappen naar de Groene Weg.


Brug over en linksaf. Staat goed aangegeven. Hier ga ik naar de supermarkt van Corre. De route gaat hier volgens mijn gps iets anders dan de bordjes. Maar ik kom weer goed op de route langs het water. Het is een tijdje een grindweg. Eigenlijk net zulke paden als in Nederland. Na Corre, waar je ook met de Groene  gaat het even langs een erg drukke weg. Gelukkig komt er een routebordje en gaat het weer goed.
In Jussey gaat het even mis met de bordjes. 


Bij de kerk staat er één, maar of dat nou rechtdoor is of linksaf, rara. Er staat in de zon een bankje en het is tijd voor de koffie. Dus eerst maar even pauze en misschien zie ik mensen uit de goede richting komen. Daar hoef ik niet lang op te wachten. Een stel met bagage en een kind in een aanhangwagen komen van de kant, waarvan ik denk, dat je heen moet. Maar zij komen terug. Daar is geen routeaanduiding en de weg is te druk om te fietsen. We kijken op onze kaarten en gps en besluiten, dat het bord niet goed staat en je er rechtdoor moet. Zo geeft mijn gps het ook aan. Deze mensen zijn Fransen, die ook de rivieren en kanalen volgen naar Lyon. Later heb ik ze nog eens gezien.
Na deze ontmoeting en de koffie in de hitte is het prettig om weer verder te gaan. Dan blijft het frisser.
Na Baulay kun je de drukke weg blijven volgen of een alternatief langs kleine weggetjes.
Alleen is dit wel bergje op, bergje af. Het zijn een stuk of zeven klimmetjes van de nare soort. Dat zou anders kunnen, als je de Groene Weg volgt naar Port-sur-Saône. Voor dit gedeelte is Groene Weg een beter alternatief.



Maar ja, ik doe het wel, want dat weet ik niet van tevoren. De kerken van de verschillende dorpen hebben een gelijke toren met dak. Blijkbaar dezelfde bouwheer gehad. de Bourgondische wijze met veelkleurige dakpannen.
De weg volgend, zoals bedoeld, kom ik in Port-sur-Saône aan bij de kerk.
Hier ben ik vaker geweest en ik ga eerst naar de supermarkt, linksaf, voor eten en dan naar de camping. Het is een Colruyt en dat is een beetje een magazijn. Toch hebben ze verse broodjes en fruit. Ik koop wat ik nodig heb en ga op zoek naar de camping.
Daartoe volg ik niet de borden. Dat is erg steil afdalen en de borden stoppen eerder dan je bij de camping bent. Ik ga terug naar de kerk, langs een bakker en dan voor de brug oversteken langs de haven. Dan kom je er ook. Er is nu geen festival, dus is de camping nogal leeg. Enkele campers en wat werkvolk dat er overnacht. Wel zijn er twee Nederlanders, die de Groene Weg terug fietsen. We wisselen wat ervaringen uit. De volgende morgen zijn ze al weg, als ik wakker word.


9 juli  Port-sur-Saône – Gray
De volgende morgen ga ik de Groene Weg fietsen. Hier gaan beide routes samen op tot Soing.

In het dorp is het razend druk. Ik maak er enkele foto’s van. Even is het de vraag hoe ik in de drukte na de derde brug linksaf ga. Maar de hoffelijke Fransen geven me voorrang en ik ben maar zo uit de drukte. 


Dan gaat het langs de rivier naar de tunnel van St Albin. Dat is elke keer weer leuk: eerst zie je de ingang van de tunnel, dan fiets je omhoog, steekt de weg over en weer omlaag. En dan is er de andere kant van de tunnel en even later ben je weer langs de rivier.




De route gaat net als de Groene Weg. Maar na Soing ga ik verder langs de rivier. Dat stuk is wat saai. Geen dorp, geen mens, tot ik bij een volgende tunnel kom. Het lijkt ook zo’n lange, maar op de foto kijk je er doorheen. En met de fiets er overheen is een stevige klim. Kort en heftig, 9%.

En even later net zo steil met een bocht naar beneden. Het uitzicht is prachtig, maar door de afdaling is stoppen voor een foto te gevaarlijk. 

De route gaat langs en door allerlei dorpjes. Het rijdt prettig. Het eindstation is vandaag Gray. 


Ik ben eerder bij de camping dan ik denk, hoewel die op een andere plek is dan de kaart suggereert. Eerst fiets ik nog even verder om te zien, waar de route in de stad verder gaat. Het is nog vroeg en ik zoek een leuk plekje op de camping. ’s Avonds kun je je pas echt aanmelden. Na het opzetten van de tent, ga ik op zoek naar een winkel, eten en kijken hoe dit stadje erbij ligt. Alles wat ik wil, kan ik vinden en dan terug naar de tent. Rust en uitrusten, een beetje lanterfanten. 


10 juli Gray – St.Jean de Losne
De volgende dag ben ik vlot weg. Er zijn geen inkopen, en wat ik nodig heb haal ik wel. De weg gaat weer langs de rivier en later langs een kanaal. De wind is mee en het gaat lekker. Het mooie asfalt moet ik wel inruilen voor gewone fietspaden met grind en andere zaken. Niet zo mooi, maar wel gewoon fietsbaar.
Ik weet niet precies waar iets is, maar deze foto’s vertellen wat ik tegenkom.

Deze foto is het punt waar ik de onverharde weg langs de rivier verlaat. Essertenne. Dan gaat het langs landwegen verder.

Dit kan Pontailler zijn. In ieder geval ga ik hier voorbij om een bankje te gebruiken voor de koffiepauze. Daarna de brug over.

Dit bordje is een voorbeeld van bewegwijzering. En veelvuldig zijn er parkeerplaatsen, zodat je vanaf daar een stukje kunt gaan fietsen. 

Het eind voor vandaag is St.Jean de Losne. Het ligt aan de andere kant van de rivier. een camping met kleine fiets/tent plekken. Maar wel goed aan de prijs. Geen slechte plek. Het sanitair is wel een beetje raar. 

Links achter is de camping.


11 juli St.Jean  de Losne – Châlon-sur-Saône
Als ik de boel heb ingepakt, ga ik nog mijn bestelde broodjes halen. Dan terug naar de route. Dat gaat een beetje lastig  omlaag en verderop weer omhoog. Eigenlijk wel onpraktisch. Gewoon omhoog naar de brug en oversteken kan net zo goed. Maar dan gaat het verder via rustige wegen het stadje uit op weg naar Seurre. De foto is waarschijnlijk die plaats. Het ziet er in ieder geval mooi uit. Zo kom ik een aantal plaatsen tegen. Dan is er bij Verdun sur-le-Doubs de samenvloeiing van deze rivier met de Saône. Het lijkt net of de rivier opeens breder is geworden.

De dag eindigt in Châlon sur Saône en dat gaat een beetje onhandig. Eerst kan ik de weg niet vinden en de routebordjes zijn vanaf hier niet meer regelmatig aanwezig.
En doordat ik beelden van streetview heb onthouden, volg ik niet precies mijn gps. Ik raak verzeild in een park, waar ik helemaal niet moet zijn en bij het achteruit duwen van mijn fiets valt die om met de trapper in mijn scheen. Een rare grote wond tot gevolg. Ik doe er niets aan en ga de weg naar de camping op, zoals mijn gps het aangeeft. Over de brug en rechts omlaag. Daar is de camping. Ruimte zat en de man die ik de weg vroeg, blijkt ook een fietser te zijn. Het is een goede camping. De beheerder spuit iets op mijn wond en dan ga ik doen wat ik steeds doe: tent opzetten en eten zoeken. Daarvoor rijd ik nog een heel eind naar een zeer grote supermarkt. Dat vind ik altijd leuk, die hele grote hypermarchées.

Ik heb trouwens geen avondeten gekocht. Op de camping ga ik een pizza eten. Die heb ik al besteld. De rest, toetje en eten voor morgen heb ik wel gekocht. En brood heb ik besteld. Zo komt ook deze dag weer aan z’n eind. Wel heb ik nog advies gevraagd bij een Nederlandse caravan, mensen, over de wond aan mijn been. Ik kan er zelf niet goed opkijken. Maar het lijkt schoon en niet verontrustend. De volgende morgen is het nog mooi. Pleister erop en daar gaat-ie.

12 juli Châlon – Tournus.
De meeste mensen gaan deze morgen niet verder. Vanavond is hier de finish van de Tour de France en dat wil men zien. Ik ga wel verder en rijd een stukje over het parcours. Eigenlijk is het al afgezet, maar ze komen er nog lang niet langs. Ik heb wel iets om te doen: op zoek naar de eerste de beste pharmacie. Mijn pleisters zijn niet om aan te zien. Daarvoor moeten goede komen. Wie weet, hoeveel ik er nog nodig zal hebben. Tegelijk is het zoeken naar de route. Mijn gps geeft wat anders aan dan de bordjes, die niet persé deze route aangeven. Het blijkt achteraf wel mogelijk te zijn om de bordjes te volgen. Het komt uit op een tamelijk rechte fietsweg over een spoorbaan. Leuk fietsen, en het is nog leuker als al die hekken, waar je moet afremmen en er omheen gaan, er niet waren. Iemand die me tegemoet rijdt, roept me toe waar ik heen ga. Maar ze slikt zoveel letters en woorden in, dat ik er niets van kan maken. Ik en zij stoppen en langzaam herhaal ik wat ze zegt. We lachen erom en zij weet nu dat ik naar Avignon ga. Dat moet ik ook beter uitspreken, want anders betekent het ‘vliegtuig’. Ik kom in St Germain- du Plain. Daar eindigt de spoorbaan en er staat een toren als rest van een kasteel.

Het fietspad


Deze dag is niet zo lang, maar de weg is niet wat het moet zijn. Een deel is een ruwe steenslag weg. En niet zoals ik het heb getekend. Blijkbaar is dit een foutje. Dat ga ik thuis opnieuw tekenen. Het klopt niet goed met de kaart. Maar ik kom wel waar ik wil zijn: Tournus. Vroeger hebben we hier ook eens gekampeerd. Ik weet nog een beetje hoe ik bij de camping kan komen. Omdat ik er vroeg ben, heb ik alle tijd om het stadje eens te bekijken en boodschappen te doen. Ik ben eigenlijk zo vroeg, dat ik nog wel middageten kan gaan doen bij een restaurant. Maar het is na twee uur en dan wordt er geen eten meer geserveerd. Dus zelf maar doen. Jammer. Zo verdienen ze niet wat zou kunnen.  Dan eerst maar naar de supermarkt, Dat moet twee keer. De eerste heeft niet veel, de tweede gaat beter. Dan het stadje door geneusd. Met een mooie kerk, resten van een abdij midden in het stadje. Best mooi en goed onderhouden.

Maar niet getreurd, ik heb een leuke plek op de camping en ik ga een melon-jambon eten. Maar dat staat voor de hele dag, toch is het pas te bestellen na 18.00 uur. Ze houden er rare aankondigingen op na. Het smaakt overigens heerlijk met nog een ijsje toe ( dacht ik). Dan lekker slapen en morgen weer een flink eind fietsen. Maar van slapen komt niet veel terecht. Op de camping is het wel stil. Maar de snelweg en het treinen razen de hele nacht door. Ik doe geen oog dicht. Echt uitgerust sta ik danook niet op.


13 juli Tournus – Thoissey
De volgende morgen op tijd op weg. En dan weer over fietspaden langs het water. 


Tot Mâcon is het lekker doorfietsen langs de rivier. Onder onophoudelijk gekwaak van kikkers en een zonnetje bereik ik de voorbode van deze stad. Eerst een bankje voor de koffie met.

Dan verder naar de stad. Hier blijkt net de Tour de France van start te zijn gegaan. Het is er een drukte van belang. Omdat ik er toch doorheen moet, stap ik af en ga de mensenmassa in. En dat is dan zo leuk: je wordt gezien, mensen geven me de ruimte met mijn beladen fiets, ik wordt aangesproken met de vraag waarheen gaat u?. Zo kom ik bij het podium, dat al weer wordt afgebroken. En over de brug gaan de bussen van de wielerploegen.



Als ik deze drukte voorbij ben, is er de brug waar ik over ga. Het is even zoeken hoe het fietspad naar de brug voert. Onder de brug door, dan rechtsaf omhoog en dan erover heen. Aan de overkant een duidelijk bord, dat ik daar weer langs het water verder kan.

Voorbij Mâcon verlaat de route de rivier en gaat het door de binnenlanden. Daar is het op en neer en af en toe de weg zoeken.

Een keer kan het helemaal niet, te steil, en verboden in te rijden. Dan maar een beetje anders. De dag eindigt vandaag in Thoissey. Het lijkt een leuk dorp, hoewel het bij aankomst doodstil is. Middagpauze en alles gesloten. Maar verder op is een plein en daar is wel leven in de brouwerij. Toch eerst maar een camping zoeken. Het is nog vroeg. En de temperatuur vraagt om rust. Verder fietsen is wat ver voor de volgende camping.

De camping hier is ook nog een heel eind. Dan eerst maar een bankje voor de lunch. En dan op mijn gemak naar de camping. Die ligt aan het water, met een haven en vertier. 

Eerst moet ik wachten, want de receptie is nog gesloten. Dat is het nadeel als je vroeg op de camping aankomt. Dan maar terug naar het dorp en eten kopen voor vanavond. En misschien is er nog een lekkere bakker. Met nog wat omzeuren en rondneuzen kom ik tegen openingstijd weer bij de camping. Dan betalen en een badge krijgen om de poort open te krijgen. Ook voor fietsen is er geen doorgang zonder die druppel. De camping is erg groot en weids. Een plek zoeken is dan een hele kunst. Opeens komt er iemand naar me toe en vraagt of ik koud water wil. Een ander stel fietsers licht me in, dat deze dame fietsers verwelkomt met een koele dronk.

Dat heeft tot gevolg, dat ik wel een uur bij die mensen aan tafel zit met koud water, koude limonade, een hand vol kersen. Het is een gezellige boel. Ze wonen in de zomer op deze camping. Hun huis staat in Lyon. Daar gaan grappen over: de Rhône, de Saône en de Beaujolais stromen naar Lyon. Als je het snapt.
Tegen vijven is het eindelijk tijd, dat ik mijn tent kan opzetten. Ik denk een mooie plek te hebben. Maar ’s avonds valt dat tegen. De lantaarns zijn zo fel, dat het licht blijft en de kikkers kwaken de hele nacht door. Lastig slapen dus. En er is nog het vuurwerk van de nationale feestdag. Dat is wel te horen, vlakbij de camping, maar door de grote bomen niet te zien. Het wordt nacht en morgen ga ik weer verder. Steeds dichter kom ik bij Lyon, een wel enigszins spannend punt.  


14 juli Thoissey – Trevoux
Vandaag vooreerst geen rivier. Meer door de binnenlanden met uitzicht op de heuvels en dorpen aan de overkant. Het rijdt eens even anders dan al dat water. En het geeft mooie vergezichten. Hier en daar is het wel zoeken naar de route. Het is een geluk, dat ik hier de gps heb met de route.
Tegen het eind van deze etappe is het fietspad en de rivier weer terug.



En  bereik ik Trevoux. 
Er staat behoorlijk wat wind, waardoor het makkelijk fietst. Al vrij snel ben ik bij de volgende camping. Maar ik ga nog even verder. Eerst het dorp zien. Hier ontmoet ik bij het Office de Tourisme fietsers die van de andere kant komen. Zij zijn al door Lyon geweest. De vrouw zegt, dat het ten zuiden van Lyon best fietst over een route. Maar mijn boekje en de dame van het Office raden aan de trein te nemen. Ook krijg ik nog wat info mee. Daar kan ik dan de rest van de dag over nadenken. Dat doe ik overigens niet.
De camping is groot en nogal vol. Toch heb ik een mooi plekje. Nu zonder lantaarnpalen en ander ongemak. Wat wel opvalt, is, dat zo’n grote camping geen restaurant of winkeltje heeft. Je kunt er alleen brood bestellen en een ijsje kopen. Toch geen onaardige plek. En Trevoux zo langs de rivier ziet er wel echt zuidelijk uit. Ja, een mooie plek.


15 juli  Trevoux – Lyon –Givors - Condrieu
Omdat ik gisteren stokbrood voor vanmorgen heb gekocht, hoef ik nu niet op het brood te wachten en kan ik alles vlot inpakken en ontbijten. Pas bij het vertrek haal ik brood voor vandaag. Dan de weg weer zoeken. Eerst nog even langs de supermarkt? Nee die is niet makkelijk te bereiken. Na de grote weg en een rotonde waar de route weer wordt aangegeven ben ik op de weg naar Lyon. later is het een slecht onverhard pad, maar het kan en het gaat niet te langzaam. Pas tien kilometers voor Lyon is de boel weer verhard. Door Lyon is het wel gemakklijk. Er zijn steeds aparte fietsbanen, zodat je meestal gescheiden van de auto’s rijdt. Ik ga zo lang mogelijk door langs de Saône. Het is best leuk om zo door het oude Lyon te fietsen. Boven zie ik een grote kerk en andere gebouwen. Eindelijk zie ik borden van Gare Perrache. Hier moet ik met de trein. Ik volg de borden en de mensen tussen de wegwerkzaamheden door en dan ben ik bij de metro- ingang. Dat is niet de bedoeling. Dan maar verder zoeken met google. Uiteindelijk vind ik de ingang van he station. Het staat niet aangegeven. Dat zal wel komen door de verbouwingen. Met de lift naar de tweede verdieping en daar een kaartje gekocht. Dan omlaag naar de eerste etage voor de perrons. De perrons vormen een driehoek. 


De sporen liggen er langs. In een bocht. De trein heeft meerdere ingangen voor fietsers. Het is allemaal goed geregeld en het gaat stipt op tijd, zowel vertrek als aankomst in Givors, 26 minuten voor €4,- en de fiets gratis. Dat is met seniorentarief ( kent men in Nederland niet), anders €5,20.



Op het station van Givors passen een paar geïnteresseerde reizigers op mijn spullen, als ik even naar de wc ga. Het is steeds weer leuk als mensen vragen, waar ik heen ga. 

Vanaf hier ga ik even de grote weg langs om op de ViaRhona te komen. Het staat wel eerder aangegeven, maar ik wil niet klimmen. Op een goed moment staat het aangegeven en daarna heb ik er ook meestal geen omkijken meer na. Het is een prima geasfalteerde en bewegwijzerde route. Vaak door bos en onder de bomen, heerlijk tegen de zon. En hier gaat het nog vlak langs de rivier. Aan de overkant zijn de fabrieken en de snelweg naar het zuiden. Aan de westkant rijd ik heerlijk rustig.


Ook nu kom ik langs allerllei dorpen, maar je moet van de route af om er echt heen te gaan.Vienne aan de Rhône.

Dat doe ik pas bij de laatste, Condrieu. En  dan ben ik al bij de camping geweest. Die ligt aan de route. Er staat een bordje bij, dat je er als fietser, wandelaar en mototrijder mag kamperen. Ieder zijn eigen plekje met picknicktafel. Voor de rest is het een sta-caravan, chalets-park. En de ingang is alleen ’s middags open. Morgenvroeg moet men naar de andere kant van de camping, de echte ingang om weer verder te kunnen.

Vanwege de wind raadt de eigenaresse me een plek aan. Zo sta ik maximaal uit de wind. Want het waait enorm. En dat is met de hitte en de felle zon wel lekker. Op deze camping is wel van alles te koop. Mensen gaan er warm eten, ik koop ijs, en koud bier en later nog wat koele drank.

Als de tent staat, ga ik op weg naar een supermarkt. Dat is nog een heel eind en achteraf kon het ook anders. Als ik terug ga, neem ik de verkeerde afslag op de rotonde en kom in een heel andere plaats terecht. De bakker levert me wel iets lekkers, maar dan toch maar de goede weg nemen.  De volgende morgen blijkt de plaatselijke bakker veel meer lekkernijen te hebben. Als ik weer terug ben op de camping, zijn er nog meer fietsers gekomen. Maar er komt geen contact. Het is weer een prettig verblijf. Na een goede slaap meen ik vroeg weg te zijn, maar de anderen zijn me voor. Hoewel, die hebben nog niet ontbeten en gaan dat nog doen, zodat ik later eerder verder ben.

16 juli Condrieu – St. Valliers – Faramans
Zoals al gemeld ben ik niet de eerste die vertrekt. Langs de bakker voor brood en iets lekkers en dan weer verder langs de Rhône. Het lijkt net of ik steeds door bossen fiets. Toch rijd ik ook rakelings langs de rivier. 


Het water van de Rhône is soms blauw, net als de Middellandse Zee. Als er een dorp of stad is, gaat de route er nu wel langs. Zo kom ik langs Sablons met een mooie brug en een plaatje van een stadje langs het water.

Om 13.00 uur ben ik al in St. Valliers. Nog veel tge vroeg een naar de campin te gaan. Na het eten besluit ik om maar verder te gaan.
Dat betekent de ViaRhona verlaten en naar het noordoosten te gaan, de Midden-Frankrijk route. Ik wil een stuk alternatief rijden, om een hoop geklim te voorkomen. Bovendien heb ik als routebeheerder het deel tot Genève niet gereden. Dus ik doe een poging.
Vanaf St. Valliers gaat het gestaag omhoog. Soms heftig en dan weer kalm. In een dorp zie ik ruimte om mijn middageten op te eten. Er zitten al mensen. Het blijken Nederlanders te zijn, die de Midden-Frankrijkroute oost-west rijden. We bespreken elkaars plannen. Zij willen vanmiddag nog een stuk omhoog fietsen naar het Centraal Massief. Van de camping , die ze hebben gekozen, weet ik, dat die gesloten is. En gezien de tijd in deze middag, het loopt tegen drieen, raad ik ze aan tot St. Valliers te gaan en morgen met de beklimming te beginnen. Want ze zullen in een keer naar boven moeten, als ze willen blijven kamperen.
Na deze royale pauze vervolg ik mijn weg, langs een supermarkt voor het avondeten en dan eerst naar Le Grand Serre.Hier is een grote markthal uit de middeleeuwen met galg:


Hier is de bakker er nog en verkoopt ook lekkere zaken voor bij de koffie. En frisdrank, enkele van de gekochte etenswaar gaat meteen naar binnen. En dan weer verder. Het is warm en de laatste tien kilometer moet ik tegen de wind in. Met bijna 90 km op de teller is laatste stuk wel afzien. Maar ik weet waar ik heen ga en zoeken hoeft dan niet.
De camping is er nog, de baas ook en ook een plekje. 


En zoals de andere keren is er weer een groep schoolkinderen. Dat hoort hier blijkbaar zo. Het is niet storend en ze zijn rustig.
Er staat een auto waar kippetjes worden gegrilld en piepers verkocht. Hoewel ik niet zeg, dat ik het ga kopen, maar straks weer kom, heeft de dame alles al klaar gezet. Maar de kip is veel te veel voor een persoon. Ik ga net zo lang door met nee zeggen, tot ik een eetbare hoeveelheid kip me aardappels heb.

Het is wel lekker en mijn gekochte eten blijft in de                                                                          fietstas. Zo heb ik voor morgen alvast eten. 
De volgende morgen haal ik mijn bestelde brood en meld, dat ik zaterdag terug hoop te komen.  Zo hoor ik of dat kan. Geen probleem. De man spreekt steeds Engels tegen me. 


17 juli Faramans – Bruyère
Na eten, brood halen en inpakken weer op pad. Door Faramans en naar Chatonnay. Hier hoop ik bij de Proxi nog wat te kunnen kopen, maar die is op woensdag gesloten. Dan maar verder. Bergje op en bergje af en dan weer glooiend land, kom ik in La Tour de Pin. Hier moet ik eerst geld halen. En dan eens rondkijken. Het is warm en even geen tijd voor fietsen. Ik vind een eetcafé en het is nog etenstijd. Dus bestel ik eerst iets te drinken, dan een salade en dan nog een grote ijs toe. Lekkere middagpauze. Later gaan er nog een paar boterhammen in.

Maar ik moet wel weer verder. Dus het punt gezocht, waar ik de route heb verlaten. En dan gaat het op en neer, soms heel hard. Een lange klim over een weg die verderop versperd is door werkzaamheden. Ik hoop maar dat er een gaatje is waar ik langs kan. En gelukkig. Dat kan. De werkers vinden het prima. Zo kom ik toch langs de bedoelde weg in Les Avernieres. Daar naar de supermarkt en dan verder. Over de Rhône, langs een drukke weg, wat niet nodig blijkt, als ik terugga.

Zo kom ik nog langs een waterval en dan moet er een camping zijn in Bruyère. Als ik het vraag, ben ik er ook al. De supermarkt is ook de receptie en de volgende morgen is de bakker ook op dit pleintje. Het blijkt een half lege camping, maar voor fietsers is er gras. Daar kun je gaan staan. Heel gezellig met een Franse fietser en een Duitse fietster. Samen met een picknicktafel.

Het is allemaal wat oud, maar alles werkt prima. Zo kan er veel als je kampeert. En tot nu toe heb ik steeds stroom voor mijn apparaten. Dat valt me mee. De nacht gaat en het is weer morgen.


18 juli  Bruyère – Seyssel
Vannacht heb ik besloten om tot Seyssel te gaan en dan weer om te keren. Helemaal naar Genève heb ik geen zin in. Dus stap ik weer op en ga verder met de ViaRhona. Die gaat langs de camping. En dan naar een rotonde om terug te keren naar de brug. Er over en naar rechts eronderdoor.

Zo rijd ik deze dag over prachtig asfalt. Zodra dat weg is, zit ik fout. Het lijkt allemaal net aangelegd.

Meestal dus een fietspad, maar soms er wel even vanaf om de rivier over te steken en dan kan het druk zijn. Zoals naar Belley toe. Maar voordat je in de stad bent, ben je al weer in de rust van de ViaRhona. Het fietst prettig ondanks de temperatuur en de felle zon. Bij Baume is het even druk. Je komt van rechts en dan naar links door een rotsspleet met rivier en brug.




Hier gaat de route niet langs de Rhône maar een andere en je moet wat bochten en bruggen nemen om weer goed op weg te zijn. ( het is trouwens niet fout, maar weer naar de Rhône) Zo kom ik door allerlei plekken en plaatsjes, soms idyllisch, soms gewoon toeristisch. Maar vervelen doet het niet. Een plek is wat erg onduidelijk. Maar als je niet te veel nadenkt en gewoon rechtdoor gaat, komt ook dat weer goed. 
Deze etappe is wel de leukste wat betreft de vergezichten. Vooral de bergen op de achtergrond maken het leuk. Het rijdt steeds over fietspaden, hoewel de kaart gewone wegen laat zien.
Het eindpunt is Seyssel.

Seyssel
Een leuk stadje met van alles aan bebouwing. Ook Chanaz is leek met zijn water.



Mijn eindpunt heeft een camping met fietskampeerplekken. Een veldje dicht bij het sanitair zonder afgebakende plekken. Zet maar neer. Het heeft tot gevolg, dat ik wat dicht bij een ander sta naar mijn idee. En de supermarkt is aan de overkant. Ook handig.



19 juli  Seyssel – Les Avernières
De terugreis gaat net als de heenreis, alleen veel sneller. Dat komt doordat het nu stroomafwaarts gaat. De weg is verder hetzelfde.
Mijn koffiepauze is op hetzelfde bankje als de heenweg, bij Les Mures.
Hier is een jachthaven, restaurant en even verder een camping langs het water. En al fietsend ben ik rond twee uur al bij Bruyères. Hier is het op de picknickweide onder de bomen goed lunchen. Er ligt een fietskampeerder een middagdutje te doen, twee echtelieden zitten er gezellig te zijn en een gezin maakt een hoop drukte tijdens het eten. Al met al een goede plek om te verpozen, helemaal als een van de echtelieden mij vraagt naar het doel van mijn bezigheid. Onderweg op een rotonde zie ik een bankje met vijf stopcontacten voor e-bikes:



Een voorbeeld van de bewegwijzering met bovenaan het symbool van de ViaRhona.



Dan weer verder. Langs de camping en dan houd ik de ViaRhona aan tot ik er echt vanaf moet. Dit is trouwens niet een echt interessant stuk. Weinig uitzicht en nogal in de zon. Bij Evieu verlaat ik de route en ga verder met de MiddenFrankrijkroute naar Les Avernières. Daar is nu de camping. Ik moet er een tijdje wachten, voordat de receptie open gaat. Hoewel het er als een restaurant uitziet, kun je er  niets kopen. Nog geen drankje. Ook brood bestellen kan niet. In ieder geval ga ik op weg naar de supermarkt om van alles te kopen.






Een plaatje van onderweg ergens.


















Doordat het zo heet is, kan ik mijn binnenlaken wassen en in een kwartier laten drogen. Het ding is van zijde. Ook mijn fietskleren zijn snel weer droog. De plek waar ik sta, is voor tenten. Naast mij staat ook een tent. Een gezin probeert het op te zetten. Ze zijn meer dan twee uren bezig. Dan meldt de vader, dat het de eerste keer is. De dag gaat heen en de nacht ook. De volgende dag.



20 juli Les Avernières – Faramans
De nacht had beter gekund. Ik maak me zorgen over de klimpartijen van vandaag. Gelukkig men ik vroeg weg. Dat maakt het nog dragelijk. En er staat heel veel wind uit het westen. Dat klopt niet met de weersberichten. Maar ik kan het niet veranderen en moet er tegenin. Toch lukt het allemaal zonder erg veel moeite. En de weg die eergisteren afgezet was, is nu , op zaterdag wel afgezet, maar zonder werkvolk en zonder ander verkeer. Het gaat razendsnel naar beneden, naar Le Tour de Pin. Hier is het een enorme drukte met auto’s. Op het smalste stukje weg in het centrum is een wegversmalling door werkzaamheden en al het verkeer door het stadje moet juist daar langs, graag in twee richtingen. Terwijl ik er overal bij langs kan, sibben de wegen helemaal vol en iemand om het verkeer te regelen is er blijkbaar niet. Het is jammer voor al die automobilisten, maar ik heb wel een beetje leedvermaak. Voordat die ellende is opgelost, ben ik al veel verder.

Het weer lijkt een poosje wat dreigend. In de verte regent het flink. Toch houd ik het droog. Als ik Châtonnay binnen rijdt, is de supermarkt weer gesloten, middagpauze. Alleen de bakker is open. Ik koop er wat. En op een bankje onder de bomen zitten twee fietsers met uitrusting. Het zijn Nederlanders met de Groene Weg, ongeveer. Zij bieden mij rillette de porc aan. Zij kunnen het niet op. Net nog iets voor mijn boterham. Het is lekker spul. Zij gaan verder en ik ook. Naar Faramans. Daar is de camping open en ik kan er een plekje uitzoeken, nu op het tentenveld, waar de vorige keer de kinderen stonden met hun tentjes. Ik kan gebruik maken van de overkapping en de tafel en stoelen, die er staan. En de dreigende luchten van vanmiddag gaan hier wel geven, wat er in zit. Het regent een beetje. Dankzij de overkapping blijf ik mooi droog.
Op tijd naar bed, lekker slapen en morgen echt vroeg weer op. Voor een korte rit.
Uitzicht van Arzay naar Faramans




21 juli Faramans – St. Valliers
Deze dag is het maar een korte rit. Eigenlijk hoef ik niet zo vlug te zijn. Maar ik wil wel op tijd in Hauterives zijn. Het is zondag en ’s morgens is de supermarkt open. Eten moet er wel komen. Eerst is het lekker dalen, dan komt er weer wat klimwerk.

In Le Grand Serre haal ik bij de bakker zondagmorgengebak en eet het meteen op samen met koel blikdrinken. Dan afdalen naar Hauterives. Hier haal ik het avondeten. En dan bij Châteauneuf-de-Galaure haal ik bij de Super-U nog iets vanwege de hitte en de dorst. Daarna gaat het in gestrekte draf omlaag naar de Rhône. Om 13.00 uur ben ik weer bij de brug over de rivier net als de vorige keer. 
Op een bankje, waar ook een dame zit met een hondje, eet ik mijn middageten met koffie. Dan langzaam naar de camping. Daar kan ik nog lang niet terecht. Dan maar verder met mijn lunch. Op een gegeven moment komt de beheerder naar me toe met de mededeling, dat ik alvast een plekje kan zoeken aan de rechterkant. Twee jaar geleden was ik hier ook en weet, wat hij bedoelt.
De reden van deze korte rit, is, dat straks Europafietsers-vrienden hier ook komen. Zij komen uit de richting Lyon en doen ook langzaamaan. Zo tegen drie uur zijn ze er ook. Ik heb mijn tent al staan. Dan stroomt de camping vol met fietsers en hun tentjes. Het is een gezellige boel.
Voor het avondeten wordt ik uitgenodigd om mee te gaan naar een restaurant verderop. Daar drinken we eerst wat. Want we kunnen pas vanaf 19.00 uur eten. Eerst moeten we nog reserveren, dus wordt het kwart over zeven. We eten een pizza, waar we heel vol van worden en die erg lekker is. Dan met een volle buik, die bij mij de nachtrust wat verstoort, omdat ik zo vol ben, naar de tent en klaarmaken voor de nacht. Het is hier snel donker. En morgen gaan we weer vroeg op weg.



22 juli St. Valliers – Cruas

De start is bij de brug. Die over en dan behoorlijk lang verder. Maar voor de rotonde steek ik over. Eigenlijk moet je de rotonde rond, maar er is geen verkeer, dus… en dan weer naar beneden langs de rivier. Soms rijdt het rustig,


maar sommige stukken gaan strak langs de weg. Er is een goed fietspad met een betonnen afscheiding van de weg. Maar meestal is het rustig rijden. Zo kom ik bij Tournon sur Rhône.

Tournon in de verte.
Hier lijkt het of de route de verkeerde kant opgaat. Iemand vraagt me of het wel goed is. Ik zeg ja, maar weet het natuurlijk ook niet. Ik vertrouw op mijn gps. Het gaat even langs de rivier de Doux. Bij de brug naar links, maar ik zie een supermarkt rechts. Die moet eerst bezocht worden voor de nodige zaken voor onderweg. Het is warm, ja heet en dat maakt dorstig. Ik koop een en ander en vooral een bakje ijskoude ananas – blokjes. Heerlijk. Het meeste gaat meteen naar binnen, wat overblijft in de tas.

Dan de weg volgen met de bordjes.
Nog eens Tournon met kasteel.
Het gaat meest over de stoep. Maar al snel bij een rotonde ga ik weer over een fietsweg. Dat eindigt bij het plein midden in de stad. Net zo als vroeger, toen we hier eens waren, wordt er de kermis opgebouwd. Voor het plein gaat de route naar de rivier en er strak bij langs , kom ik weer op de weg. Wel op de stoep blijven. Verderop gaat de route van de weg af. Eerst langs huizen en dan weer in het vrije veld.

Dan kom ik bij Glun. Daar gaat het wat lastig. Eerst over het water, en dan door een stadje Roche de Glun. Het is niet duidelijk hoe het moet. De bordjes heb ik niet goed gezien, of ze staan er niet.
Ik rijd om het stadje heen en kom uiteindelijk weer op de weg, die ik verlaten heb. Dat staat wel weer aangegeven. Het is logischer om op de rotonde rechtdoor te gaan, zo staat het op de kaart. Maar het stadje is wel leuk om te bekijken.

Aan de andere kant van de rivier gaat het naar Valence. Ik verwacht hier moeilijkheden met het vinden van de weg. Maar het staat erg goed aangegeven.  In Bourg-de-Valence rijd ik tegen een bar, café aan. Hier koop ik icetea en haal koud water in mijn bidon. De mensen op het terras raden me aan de fiets in de schaduw te zetten, veel water te drinken en voorzichtig te doen. Een van de mensen, een vrouw van mijn leeftijd, denk ik, vraagt hoe oud ik ben. Ze vind het niet bijzonder. Waarschijnlijk is ze zelf ook zo jong. Als ik klaar ben met drinken en uitrusten, stap ik weer op en me wordt een goede reis gewenst, bon voyage.

Door de stad gaat makkelijk en voordat ik het in de gaten heb, ben ik al bij het plein en de fontein aan de rivier. Hier moet ik even lopen en wat smokkelen met de route. Ze zijn bezig een podium met bijbehoren te maken. De boel is afgezet. Maar ik kom, waar ik moet zijn: aan de andere kant van de autoroute. Daar is het fietspad. Want de ViaRhona is een belangrijke route en daar zorgt men hier goed voor.

Over een brug met een lange afrit met houten balustrade brengt me weer naar de andere kant en dan gaat het verder met steeds naar de spoorbaan en dan weer ervan af.

Uiteindelijk kom ik met deze hitte in La Voulte-sur-Rhône. Hier ga ik even van de route af om een café te zoeken voor koud drinken en water in mijn bidon. Een oude dame met weinig interesse voor haar klanten, verkoopt me een blikje icetea, een ijsje en ze vult mijn bidon die nog half vol is met warm water. Ze leegt het niet eerst, maar giet koud water er zo bij. Nu is het nog warm. Ik leeg de bidon bij de bloemetjes en vraag nog eens een volle. Ze heeft niets gemerkt en vult het nog eens. Nu heb ik een koude bidon. Dan maar weer verder, want het is nog geen tijd voor een camping en die is hier ook nog niet. Dus weer verder. Een Frans stel fietst dezelfde kant op en komt later ook op dezelfde camping.

Nu eerst terug naar de brug en naar de overkant. Een eind verder, bij Pouzin, gaat het weer naar de andere kant. Hier is er naast de brug een smalle passage voor fietsers. De route blijft goed aangegeven, ook door steden en dorpen. Zo kom ikin  Baix. Hier gaat de route achter het dorp langs en komt bij een merkwaardige toren weer op de hoofdstaat. Volgens de kaart loopt de route gewoon rechtdoor het dorp. Daarna gaat het tussen het spoor en de rivier verder, terwijl de kaart aangeeft, dat het over de gewone weg moet. Het is zo wel veel plezieriger fietsen, door de landerijen en bossen. Het is een tocht via bossen en struiken, steeds verhard en vele bruggetjes. Ik heb niet het idee, dat ik vlak bij de rivier ben. Dan is er opeens de camping.

Het is een goede, maar wel erg dure camping. Alles wat ik koop, bier, brood en de staanplaats, het is allemaal de helft duurder dan elders. Niet zo netjes vind ik. Helemaal niet voor brood. Dat kost in heel Frankrijk ongeveer hetzelfde. Een croissant en chocoladebroodje kosten hier het dubbele van gewoon. Dus de volgende morgen maar gauw weer verder.

23 juli Cruas – Bourg- St. Andéol
De volgende dag ga ik eerst naar Cruas. Op de heuvels erachter zie ik ruïnes van een abdij.





Ik wil zien hoe het dorp eruit ziet. De kerk staat er in een diepte en de supermarkt is gesloten. Een man op het bankje zegt, dat de market verderop is. Ik ga kijken, maar zie niks. Waarschijnlijk veel verder.

Dan weer terug naar de route. Omdat er niets te halen valt, ga ik maar weer terug en reis verder. Eerst vlak langs de rivier met een hoge dijk ervoor. Dan kom ik in Rochemaure.

Een vreemde rots als een gezicht boven Rochemaure


Hier wil ik ook even kijken en eten en drinken kopen. Vooral het laatste, want het is erg warm en dan gaat er veel vocht uit en dus in. Ik koop er wat ik wil hebben, drink het op en ga het nog eens kopen. Icetea, en ijsjes. Ook broodjes. Ja er gaat veel in, en ik verteer veel, want dikker word ik er niet van.

Na dit smakelijke oponthoud weer op het zadel. De routebordjes gaan een beetje vreemd, maar het blijkt wel te kloppen. Een kaarsrechte weg naar de rivier. En dan opeens de schrik van de vorige keer. Een smalle fietsbrug van ijzeren platen met sterk ijzeren gaas schuin aan de zijkanten. De brug hangt en beweegt als je erover gaat. Bovendien maakt het een klepperend geluid. 


Enkele dagen geleden was er ook zo’n ding. Toen was het één stuk en ben ik erover gefietst. Nu zijn het wel drie van de stukken. Ik stap af en ga er te voet over. Dat is wel iets minder eng. Het is best wel stevig, maar het geeft het idee van een wiebelende hangbrug in het oerwoud.

Zo’n brug is gemaakt op de plek en de onderdelen van een vroegere brug. Bij Tournon zag ik nog een origenele.
Op een idyllisch plekje vind ik een picknicktafel en tijd voor de lunch.


En dan door bos en lommer, water en bruggetjes ben ik opeens bij de volgende camping. De receptie is nog niet open. Dan eerst maar wat nattigheid kopen en voor 3 euro’s twee hele grote cookies. Daar kan ik we een paar dagen mee doen. Dan gaat de receptie open en kan ik inschrijven. De dame bij de computer toont me een tekst in het Nederlands om de mensen te informeren, dat men zich kan melden bij de bar, als de receptie nog gesloten is. De vraag is of het Nederlands is. Dat is het wel, maar niet kloppend. Ik geef een betere tekst. Ze zijn me dankbaar..

Brood voor de volgende morgen kan ik bestellen en ze leveren ook een ontbijt. Dat lijkt me wel leuk en ga ik doen.

Dan is er een probleem. Op een kaart van de camping wordt me aangegeven hoe ik bij mijn plek kan komen. Maar ik kan het niet vinden. Het zijn speciale fietsplaatsen. Dan gaat iemand met een wagentje me voor en brengt me er. Even later komt ze er weer aan met het Duitse gezin. Die zijn ook bijna op elke camping. Ook zij worden gebracht.

Ik heb een mooi plekje met net genoeg zon om  mijn was te drogen. Alleen is de tocht naar de wc en de douche wel erg lang. Op tijd vertrekken dus.

De weg naar de supermarkt is nogal omslachtig. Dat kom door de D86 waar je overheen moet met een brug. Dan is het nog een heel eind. Maar ik heb de tijd en alles wordt, zoals ik me heb gedacht. Ook deze dag gaat weer voorbij met al die zaken, die het reizen en kamperen tot een gestage rustige voortdurende bezigheid maken.

24 juli Bourg- St-Andéol – Avignon – Rognonas Le Yody  
Dan breekt de laatste dag aan van mijn fietsreis. Vandaag zal ik Avignon bereiken en dan doorfietsen naar de camping even voor Rognonas. Eigenlijk ligt die in Châteaurenard.

Maar eerst het ontbijt. Ze hebben erop gerekend. Ik ben de enige. Mogelijk zijn andere mensen al geweest. In ieder geval klopt het. Maar ondertussen is men bezig de terrasstoelen op de tafels te zetten. Dat eet een beetje ongastvrij. Net of ik te laat ben gekomen. Daarna haal ik mijn bestelde brood en vertrek. Want ik heb eerst alles op mijn fiets geladen. Dan kan ik na het ontbijt meteen vertrekken.

Over het fietspad langs het dorp waar de markt gedeeltelijk het fietspad blokkeert. Dan onder de brug door en rechts met een draai erover. Hoe vaak zou ik de Rhône nu al overgestoken zijn!

Al vrij snel ben ik bij Pont- St.-Esprit Hier denk ik weer de rivier over te gaan en dan aan de westkant verder. Maar mijn gps en de routeborden vertellen iets anders. Ik twijfel. Enkele Duitse fietsers doen hetzelfde en daaruit maak ik op, dat het toch wel goed is.

Het gevolg is een tocht langs de snelweg langs Mondragon en en Mornas. Op de rotsen ligt een  kasteel. Eigenlijk is het een mooie tocht met heel veel afwisseling in boerderijen, akkers, bossen, weilanden, maar de warmte maakt het tot een wat moeizame tocht. Later ga ik weer meer naar de rivier en dan naar Caderousse. Hier doe ik weer de truc met de bidon: ik koop een drankje en krijg een bidon vol koud water. Eigenlijk zoek ik ook een mogelijkheid voor een middag- salade, maar die vind ik niet. Wel raak ik in dit ronde dorp met een muur eromheen, de richting kwijt. Ik kan de uitgang, waar ik binnen ben gekomen, niet terugvinden. Maar dat komt wel weer goed, anders kon ik dit verhaal niet schrijven. Net zo lang er omheen rijden tot ik weer bij de goede poort ben.

Vanaf hier verlaat ik de ViaRhona en ga weer verder met de Groene Weg naar de Middellandse Zee. Want dat is de bedoeling, een variant op die route.

Even buiten het dorp is een rotonde afgesloten. Oeps. De Tour de France komt hier langs. Als ik pech heb, moet ik de rest van de middag wachten, tot die lui voorbij zijn. Net alsof ik van niets weet, rijd ik het parcours op. Niemand zegt er iets van. Er staan veel mensen langs de kant. Bij een schaduwplek stap ik af en vraag hoe lang dit gaat duren. Twintig minuten is het antwoord. Dat valt mee. Ik ga iets verder en wil proberen de brug over de Rhône over te steken. Want daarna ga ik naar links en ben ik dit voorbij. Maar bij de brug staat een agent en die is onverbiddelijk: Non.

Er is al een helikopter in de lucht te zien en er komen al auto’s met fietsen op het dak aan, dus kan het niet lang meer duren of het peloton komt er ook aan. Het klopt. Al snel komen er meer auto’s van de Tour. De Tour- karavaan is al geweest. Daarom duurt het maar even of: zoeff, de eerste groep en even later nog eens :zoeff en dat was het dan. Ik heb er foto’s van, maar er is weinig van te zien. Dan maar gauw weer verder, want ik sta in de felle zon en dat is tamelijk warm.

Na de brug en de rotonde linksaf. Hier is een keienweg, maar er is fietspad langs gemaakt. Handig. Dat fietst tenminste.

Dan ben ik voor Roguemaure. Hier is een parkje met picknicktafels in de schaduw. 


De plek voor de lunch van vandaag. De hitte maakt, dat ik de enige gast ben. In het dorp is vast iets te beleven, want er klinkt muziek en  meer geluid. Na het eten ga ik dat bezien. Er is een feestje gaande op het plein. Ik rijd erlangs. Na dit dorp gaat het weer langs de rivier, zonder fietspad, gewoon over de weg. Pas in de buurt van Avignon is er weer een fietsweg.

Zo bereik ik de stad.


Het festival is gaande en dus is het druk. Bij de camping informeer ik naar de mogelijkheden. De camping bij de opstapplaats voor de fietsbus is veel te duur. Dus naar de camping dichtbij de brug. Dan om de stadsmuur heen. De route gaat door de stad, maar daar heb ik met mijn zware fiets nu geen zin in. En ik ken hier de weg, dus rijd ik om de muur tot waar de D570 naar het zuiden gaat. Deze weg is veranderd in een trambaan, maar er rijdt er nog geen. Het blijkt net een paar weken klaar te zijn en men rijdt alleen nog met testtrams. Ik heb er geen gezien. Het is wel handig. Zo’n weg zonder verkeer. Verderop is er weer een fietsstrook. Tot de brug over de Durance. Hier over de stoep en dan op de rotonde links naar de camping. Die is er nog net als andere jaren. De Nederlandse eigenaar verwelkomt me en ik krijg een plekje in de schaduw.

De dag gaat heen met de gebruikelijke zaken.  De eigenaresse komt de broodbestelling ophalen en nodigt me uit voor de gezamenlijke avondmaaltijd morgenavond. Ik weet dat ze dat vaker doet voor de campinggasten. Andere keren heb ik niet meegedaan, maar nu stem ik in. Dan nog naar de supermarkt, eten koken en de avond verdoen. Ondanks de warmte slaap ik best wel lekker.

25 juli  camping Avignon camping
De volgende dag is er een van rondrijden en wat leuks doen. Na een rustige start ga ik naar Avignon. Het loopt tegen lunchtijd en ik besluit op een terras te gaan zitten in de stad en een salade te bestellen.

Uitzicht vanaf mijn tafeltje

De salade

Om de hitte iets drageljker te maken hebben de parasols een soort nevelsproeiers, die koude nattigheid rondspuiten, zoals je wel boven producten in de supermarkt ziet. Dat maakt het steeds even koeler. Ik zit er een hele tijd. De bediening is niet van het vlugste, maar ik heb ook alle tijd. Daarna maak ik nog een wandeling door de stad, koop een ijsje en ga terug naar Rognonas om inkopen te doen. Veel hoeft niet, want ik ga uit eten bij op de camping.

Aanvang 20.00 uur. Boven op het terras. Er komen twee Fransen en acht Nederlanders. De Franse eigenaresse gaat bij de Fransen zitten en de Nederlandse eigenaar Hans gaat bij de Nederlanders zitten. 
Dit diner is een belevenis op zich. Steeds komt er weer een ander gerecht op tafel. Als ieder het op heeft brengt Marylène  weer een andere. Dat gaat zo de hele avond door. Om kwart voor elf zijn we klaar en is het zo donker, dat het echt bedtijd wordt. Dat was een heerlijke dag met een geweldig lekker slot.

26 juli nog eens naar Avignon
De volgende dag is een van luieren en nog eens een wandeling door Avignon. Nu kijk ik eens aan de achterkant van het paleis van de pausen.




Dan zie ik dat dit gebouw op een rots is gebouwd. Blijkbaar is de stad ontstaan op een rots in het overigens vlakke en wat natte land langs de Rhône en de Durance. Ook controleer ik de afstand tussen de camping, waar ik nog een dag wil staan en de opstapplaats voor de bus. Dit in verband met de regen, die er de laatste dag zal vallen.
Dit gebouw staat aan de andere kant van he plein, een gigantische gevel.
Op de camping Le Yody beweert, men dat het wel droog zal blijven en ik er wel kan blijven tot morgenavond. Maar voor de zekerheid doe ik het niet. 

27 juli laatste dag
Deze morgen lummel ik weer wat om en tegen de middag pak ik alles weer in, om naar de camping bij Avignon te gaan. Hier aangekomen moet ik meer betalen, dan gisteren werd verteld. Hoe langer ik die avond blijf, des te duurder het wordt. Uiteindelijk betaal ik 20 euro. De camping is wel handig.

Er is een winkel voor brood en alles wat je nodig hebt. Ik koop er nog een nieuwe jam, want de mijne vertoont schimmel. Dan de truc me de gasfles, die niet mee mag in de bus. Ik plak er een briefje op met in drie talen de mededeling, dat hij nog niet leeg is en dat je hem mag meenemen. Een Italiaan, die ook wat Nederlands spreekt, ziet dat ik het vergeet mee te nemen, als ik naar de bus wil gaan. Ik leg uit , dat hij het mag hebben. Hij neemt het mee. Zo kom ik er mooi vanaf en iemand is er gelukkig mee. En wat de regen betreft viel het nogal mee.
Achteraf had ik wel op de vorige camping kunnen blijven. Alleen van vijf tot zes uur in de middag regent het. Mijn spullen heb ik allemaal droog in de tassen. En ik kan droog in een paar minuten naar de bus rijden. Alles gaat heel makkelijk, terwijl ik een dag vol twijfels heb gehad. Ik heb gebeld met de busmaatschappij. Dat is gebruikelijk als je alleen de terugreis hebt geboekt. En degene die de telefoon opneemt, weet niet waar het over gaat en ik blijk niet op de passagierslijst te staan. Maar ze regelen het en ik word opgehaald. Dan blijken er meer passagiers te zijn en  mijn naam staat wel op de lijst. Allemaal heisa voor niks, omdat iemand niet weet hoe het werkt. Maar alles is weer recht gekomen en in een vlotte rit door de nacht ben ik om 13.00 uur terug in Utrecht, waar het niet op vakantie zijnde deel van mijn gezin/familie met kleinkinderen me staat op te wachten. Zo komt er een heel gezellig en plezierig einde aan een grandioze fietsreis met steeds droog weer, een heerlijke wind in de rug en een temperatuur waar ik wel van houd.

Een route die om herhaling vraagt en voldoet aan de eisen van een route van de Europafietsers.